OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Columns


TV is weer leuk
Op de dijk
Zeehonden kijken
Verzoening
Ook een Blekertje doen?
Pettenpolka
Een Blekertje doen
Weg provinciehuis
Hollander boven God
Ganzedijk
Storm
Otium
Kwaliteitstoets
'Ruig land'
Pak de echte kwaai-aap
Staatsbos is de beste
Blauwborsten aan de kant
Biodiversiteit
De provincie heeft gewonnen
Grond, de Hollandse aflaat
De horizon komt dichterbij
Mooipraterij
Landschap
De Molenaar
De groeten van je dochter
Op zee
Rottum


Hollander boven God

Noorderbreedte


 

Ineke Noordhoff

Uit Noorderbreedte februari 2009

‘Mijn vader leerde me altijd een snoeischaar mee te nemen het land op´, vertelde Harm Veeneman, boer te Hummelo me. ´Als we een opgeschoten eik tegenkwamen, moest ik die direct wegsnoeien, want als het nog een spriet is merken de ambtenaren het niet.’ Ik lachte een beetje beschaamd, maar tekende zijn verhaal gretig op. Inmiddels blijkt de snoeischaar van deze boer ´klein bier´. Wegenbouwers dekken kilometers zandhopen angstvallig met plastic af om te voorkomen dat er oeverzwaluwen in gaan nestelen. Projectontwikkelaars laten land waar ze willen bouwen elke paar weken ploegen om te voorkomen dat er planten gaan groeien die op de rode lijst staan. Gemeenten jagen een veel te groot koppel schapen over een toekomstig stadsdeel uit angst dat de Flora en Faunawet die bouw kan verhinderen.

Zolang er op een plek geen natuur is, moet je dat als bouwer vooral zo zien te houden. Adviesbureaus specialiseren zich in manieren om mensen met ´natuurangst´ te helpen. Ik snap dat boeren en bouwers ook hun brood moeten verdienen. Tegelijkertijd wringt het op een gigantische manier om wilde planten en dieren expres de voet dwars te zetten. Dat neigt toch naar ´natuurhaat´? Inefficiënt bovendien. We geven miljoenen per jaar aan gemeenschapsgeld uit om natuur te beschermen. Hoe verhoudt zich dat tot de inspanningen om vogels en planten te verjagen en natuurvorming te voorkomen? Voor mij is altijd de beste toetssteen of iets uit te leggen is aan leken. Voor menig wereldburger is het merkwaardig dat we in Nederland onder de zeespiegel wonen, net als het feit dat we heidevelden terugtoveren waar die waren verdwenen en dat we riviertjes weer aan het meanderen brengen die enkele decennia geleden juist gekanaliseerd waren. Toch kan ik zulke de aanleg van ´nieuwe natuur´ begrijpelijk maken voor leken – al kost het soms een uurtje.

Maar ik krijg het moeilijk wanneer een oud bos echt vervelend in de weg ligt. In dit land hebben we beleid dat je de bomen toch mag rooien als je elders nieuwe poot: compensatienatuur. Ook een lastige om door te vertellen is ´rood voor groen´: in fraaie rustige natuurgebieden mag je huizen bouwen als je de huizenbezitters laat mee betalen aan de natuur. Op dezelfde manier mogen automobilisten dieren verstoren: als er maar een bruggetje of tunnel naast gelegd wordt voor de wilde dieren die moeten oversteken. Hele soorten moeten migreren omdat het ons als mens beter past. Of ophoepelen omdat ze ons in de weg zitten. Als mensen zijn we zo knap dat we alles kunnen, en kennelijk voelen we ons ook zo superieur dat we alles doen. Een beetje inschikken ten gunste van andere soorten is er – op dit niveau van maakbaarheid – niet meer bij.

Soms vraag ik me af waar deze glijdende schaal ons brengt. Is het met onze natuurmores niet hetzelfde liedje als met onze financiële mores? Zolang er veel partijen beter van worden, aanvaarden we de meest rare gedachtekronkels. Pas als de boel in elkaar stort zeggen we tegen elkaar dat een kind kon zien dat er eigenlijk geen barst van klopte.