OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Artikelen


Geert Mak over landschapspijn
Kwartetten met gebouwen
Modderig museumstuk
Pieterburen aan Zee
De 21e eeuw
De druk neemt toe
Op zoek naar Wadden-wildernis
Goed zoeken naar Waddenwerelderfgoed
Grazen in stuivende duinen
Zee klapt over Rottum
Rottum groeit
Simonszand door midden
Bijzonder burgerinititief
Blekers boeren
Knikklei aan de haringen
Nieuwsmonitor 2
Nieuwsmonitor 1
Dannemeer 9
Dannemeer 8
Dannemeer 7
Dannemeer 6
Dannemeer 5
Dannemeer 4
Dannemeer 3
Dannemeer 2
Dannemeer 1
Het luie landschap

Verlangen naar wildheid
Alweer een moeras
Vrijbuiters van īt wad
Vrije-keuze-koeien
Feestje op braakland
Intratuin op grote schaal
In dienst van de natuur
Leuk werk in vijfsterrenlandschap
Een schuur vol beukennootjes
De natuur als medicijn
Help, ze komen plantjes tellen
Boeren stoppen met natuurbeheer
Het is een lastige periode
Akkervogels wacht hongerwinter
Geef burgers het landschap terug
Kleinere redacties, betere kranten?
Inkrimpingen gaan door
Vogelaar: dubbelspel
Grutto's kijken in stadsland
Met de tram de stad uit
Heel erge betweters moeten dood
Mensen vervreemden van de natuur
Het lageland stroomt vol


Nieuwsmonitor 1

De Nieuwe Reporter, 2010


Het debat over de kwaliteit van de Nederlandse pers heeft de laatste jaren aan kwaliteit gewonnen, vindt Otto Scholten. Hij kan het weten want hij monitort de pers. Maar als bedenker en uitvoerder van de Nieuwsmonitor is hij natuurlijk niet onbevooroordeeld. De Nieuwsmonitor draait nu vijf jaar – en het moment der waarheid is aangebroken. Blijft de monitor bestaan? En wie gaat het betalen? Onderstaand artikel over de Nieuwsmonitor is overgenomen uit De Nieuwe Pers, een nieuw tijdschrift van het Stimuleringsfonds voor de Pers, dat tot stand komt in samenwerking met De Nieuwe Reporter. Vandaag publiceert De Nieuwe Reporter deel één; deel twee verschijnt morgen.

De Nederlandse Nieuwsmonitor brengt sinds 2005 in kaart waarover de pers bericht. Met als doel om het gesprek over de kwaliteit van het journalistieke vak op een hoger plan te brengen.

Wat de monitor doet is turven. Daarom weten we bijvoorbeeld dat je eigenlijk 190 boeken hebt gelezen wanneer je een jaar lang elke NRC van A tot Z doorneemt. Maar dat is niet meer dan een geinig detail. Veel relevanter is het te weten dat 37 procent van de Kamervragen is gebaseerd op een krantenartikel. En dat de grote dagbladen (NRC Handelsblad, de Volkskrant, De Telegraaf en Trouw) elk al vier jaar lang gemiddeld honderd artikelen per maand over Wilders publiceren. Wie denkt dat Wilders vooral media-aandacht krijgt in De Telegraaf: nee dus. In de aanloop naar de verkiezingen van juni 2010 bood juist de Volkskrant haar lezers de meeste stukken over Wilders, terwijl De Telegraaf met de helft van het aantal artikelen onderaan de lijst bungelt.

Gigantische databank
Meten is weten. Bij dit kwantitatieve onderzoek gaat het er uitsluitend om dingen te melden die objectief vast te stellen zijn. De Nieuwsmonitor drijft op feitenonderzoek. Hoe vaak krijgen de verschillende politieke kopstukken podium in diverse kranten? En was de teneur van de berichtgeving positief of kritisch?

De Nieuwsmonitor heeft een gigantische databank opgebouwd die dagelijks aangroeit omdat duizenden krantenberichten automatisch naar een computer vloeien. Zowel automatisch als handmatig krijgen de artikelen vlaggen, zodat ze elektronisch doorzocht en gerubriceerd kunnen worden. Er is een continumonitor, waarmee je zelf op een website kunt vaststellen welke politicus het meest de krant haalde. Dan zijn er de issue- en eventmonitor waarbij de onderzoekers een langer lopend onderwerp of een hype door de machine halen. Zo toonden ze bijvoorbeeld aan dat afgelopen jaren de linkse oppositie het meest aan bod kwam in rechtse kranten.

Zelfregulering
De monitor is tot leven gewekt om de branche te vrijwaren van overheidsinmenging. Vaak wordt er gevit op de boodschappers. De pers is te links, informeert niet goed, helpt Wilders in het zadel, demoniseerde Fortuyn en maakte het koningshuis kapot. Na die generale kritiek volgt doorgaans de roep om ´actie´. Voor bestuurders en politici betekent dat: de journalistiek in de touwen houden met regels. Woningcorporaties, busmaatschappijen, ziekenhuizen en andere maatschappelijke ondernemingen weten al wat dat betekent: zij moeten zich in het openbaar verantwoorden voor de keuzes die ze maken en de kwaliteit die ze leveren, toezichthouders publiceren gevoelige vergelijkingen en de minister legt salarisnormen op. Media – behoudens de publieke omroep – komen nog steeds met de schrik vrij. Journalisten hebben immers ruimte nodig om misstanden te onthullen en hun speurwerk naar de waarheid te kunnen doen.

Otto Scholten promoveerde in 1982 op een inhoudsanalyse van politieke berichtgeving in Nederlandse dagbladen (Krant en democratie) – dat ging toen nog met minimale computerondersteuning. Eind vorige eeuw ontwikkelden medewerkers van de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteiten van Amsterdam en Nijmegen, samen met journalistenorganisatie NVJ en de krantenuitgevers NDP, de Nieuwsmonitor. Op de plannen kwam niet veel reactie uit Den Haag – en al zeker niet het benodigde geld om van start te gaan.

In 2003 constateerde de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling dat media een steeds dwingender rol spelen in het maatschappelijk debat. Om de verhouding tussen publiek, politici en media in balans te houden moeten media beter verantwoording afleggen over hun keuzes, aldus de Raad. Uitgevers en journalisten vreesden steeds meer voor inperkingen van hun vrijheid – en de druk op de branche om zelf maatregelen te nemen groeide.

Drieluik zelfregulering
In die tijd ontstond het ´drieluik zelfregulering´. De media zouden met een nieuwsmonitor, een aanjager van het debat en een versterkte Raad voor de Journalistiek de hand in eigen boezem steken en daarmee ontkomen aan de regelzucht. Staatssecretaris Medy van der Laan nam dat drieluik in 2004 over en kwam ook met subsidie.

Scholten kreeg krap twee ton per jaar om de Nieuwsmonitor in de benen te helpen: 160 duizend van het Stimuleringsfonds voor de Pers, de rest van de NVJ en de NDP. Voor drie jaar schoot het Stimuleringsfonds de branche te hulp om het zelfkritisch vermogen te vergroten. Later zou daar nog voor twee jaar geld bij komen, maar vanaf volgend jaar moet de monitor zichzelf bedruipen.

Geen gevoel, maar feit
In 2005 kon Otto Scholten ´los gaan´ met zijn Nieuwsmonitor. Er kwam een enorme computer om inhoudsanalyses op kranten te doen. Het systeem (AmCat) kan binnen enkele minuten vertellen hoeveel krantenartikelen er zijn geschreven over de ramp in Pakistan. Dat zegt nog niet zoveel. Maar als je er een ander feit naast zet, krijgt het betekenis: aan de aardbeving in Haïti zijn drie keer zoveel woorden besteed (meetperiode: de eerste 20 dagen na de ramp).

Basis van het computersysteem is een lijst met duizenden onderwerpen, organisaties en politici (plus synoniemen), en de inhoud van vier grote landelijke kranten (Trouw, de Volkskrant, De Telegraaf en NRC Handelsblad). Binnen enkele minuten kan de computer alle kranten doorzoeken op het voorkomen van deze termen. Zo weten we dat het woord ´islamisering´ afgelopen jaar vaker gebruikt is dan ´broeikaseffect´. Het is geen gevoel, maar een feit.

Beeld van het nieuws
Alleen al door de omvang van de database krijgen de onderzoekers een beeld van hoe het nieuws gebracht wordt. Ze weten in welke termen kranten schrijven over banken en ze weten dus ook welke bank afwijkt – en dat is zeker zo boeiend. De krantenberichten over DSB bijvoorbeeld gingen afgelopen jaren vaker over de kwaliteit van de producten en de verkooppraktijken dan de artikelen over andere banken. Zo levert alleen het automatische onderzoek al aardige informatie op.

Daarnaast kijkt de Continumonitor naar de relaties. Wordt Balkenende positief genoemd of juist niet? Wat is de teneur van het nieuws? Studenten coderen de artikelen (via de NET-methode) voor ze de database ingaan. Zo is te achterhalen hoe een krant het nieuws brengt en in welk frame een onderwerp wordt gebracht: de ene krant bekijkt het fileprobleem vooral vanuit het milieu, de andere vanuit de automobilist.

De Nieuwsmonitor levert objectieve feiten over wat media doen. Hoe vaak ze publiceren, in welke context ze dat doen en welke relaties er tussen mensen en onderwerp te leggen zijn. Zo weten we nu dat NRC Handelsblad meer pro-Israël bericht dan The Guardian.

Framing
Sommige onderzoeken beperken zich tot de waarneming hoeveel ruimte een onderwerp krijgt. In feite is het een moderne variant op het werk dat Jan van de Plasse jarenlang deed voor De Journalist in zijn rubriek Zomaar ‘n Lezer. Hij legde de krantenkolommen letterlijk langs de liniaal en kwam dan met conclusies als: van alle landelijke dagbladen besteedde De Telegraaf het meeste papier aan de Olympische Spelen in Peking.

Dat kun je beperkt noemen, maar het is wel degelijk interessant en kan bijvoorbeeld van belang zijn om de beeldvorming te corrigeren. Toen Francisco van Jole in een tv-column stelde dat er minder over het buitenland wordt bericht, kwam de Nieuwsmonitor met feiten: ongeveer een kwart van de krantenruimte is gevuld met buitenlandberichten – de laatste paar jaar is dat niet wezenlijk veranderd [pdf].

Meer omvattend zijn publicaties waarbij ook de framing van een onderwerp is bekeken. Zoals over Uruzgan waarbij de vraag voorlag of een krant dit onderwerp benaderde als ´vechtmissie´ of juist als ´opbouwmissie´. Bij de rel over Mabel Wisse Smit ging de analyse nog een stap verder. Daar werden de krantenpublicaties in de tijd naast de politieke feiten gelegd. Daaruit bleek dat kranten pas echt afwijzend over haar schreven nadat de minister-president openlijk had gezegd dat het paar hem ‘onvolledig en onjuist’ geïnformeerd had.

De Nieuwsmonitor draait nu vijf jaar – en het moment der waarheid is aangebroken. Blijft de monitor bestaan? En wie gaat het betalen?

Kritiek
Afgelopen periode is er een stortvloed aan kritiek over het instituut uitgegoten. Dat begon al bij de lancering. Via klokkenluideronline.nl werd het instituut als een corrupte bende afgeschilderd. In het artikel blijft alleen de klacht over dat het een elitaire club is. Inderdaad zitten vaak dezelfde mensen in besturen en commissies, maar dat is niet onlogisch bij een kleine beroepsgroep.

Meer hout snijdt de kritiek op de onderzoeksmethode. “Het grootste bezwaar van het kwantitatieve onderzoek is dat het de complexe werkelijkheid miskent”, vindt Huub Wijfjes, mediahistoricus aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoogleraar Geschiedenis van radio en televisie. Soms vormt één artikel het kantelpunt in een discussie, één foto op de voorpagina bepaalt het oordeel van het publiek. Terwijl de monitor foto´s niet meetelt en artikelen niet weegt.

Wijfjes: “Ik heb er bezwaar tegen om pluriforme publicaties terug te brengen tot een eentje of een nulletje. De kracht van een enkele bepalende column wordt veronachtzaamd. Dit onderzoek heeft iets gelijkschakelends. Je ziet niet of er veel op een onderwerp gereageerd wordt of wat de invloed van een artikel is.” Wijfjes vindt ook dat radio en televisie in de onderzoeken te weinig aandacht krijgen en vindt de monitor vaak “laat” met zijn resultaten. Wanneer een onderwerp uit het nieuws is, neemt de belangstelling van journalisten ervoor af.

Een statisch en gemankeerd beeld
Ook Frank van Vree, hoogleraar mediastudies aan de UVA, heeft kritiek op de methode. Het vrijwel contextloze karakter van het onderzoek levert een statisch en gemankeerd beeld op, vindt hij. Hij formuleert in een artikel over ‘journalism studies’ in Nederland dat deze maand in een themanummer over dat onderwerp van het Tijdschrift voor Communicatiewetenschap verschijnt: “De media hebben in dergelijk onderzoek iets weg van een black box, met de gebeurtenissen als stimuli en een verzameling zinnen als respons.”

Van Vree is niet per se tegen kwantitatief onderzoek, maar het moet aangevuld worden met relevante andere informatie over de werkwijze van redacties, verslaggevers en correspondenten, de heersende conventies en opvattingen, de journalistieke en politieke context, de wijze van framing en de uiteindelijke effecten. Dat deed Jan Wieten bijvoorbeeld in 2002 over Srebrenica in de pers. Van Vree is daar lovend over en noemt het “niet toevallig” dat juist dit rapport tot heftige discussies heeft geleid binnen de redacties van toonaangevende Nederlandse media.

Van Vree vindt de Nieuwsmonitor kostbaar en de opbrengsten van het onderzoek nauwelijks de moeite waard. Wijfjes noemt de uitkomsten “leuk en nuttig”, en het instituut “integer”. Maar ook hij spreekt over “beperkte waarde”. Wijfjes waarschuwt dat we de onderzoeksresultaten niet groter moeten maken dan ze zijn. “Uit de monitor blijkt bijvoorbeeld dat redacties helemaal niet links en bevooroordeeld zijn.” Wijfjes meent echter dat er wel degelijk wat aan de hand is. “Alleen haal je dat niet uit de optellingen.”

Gemakkelijk
De stem van Otto Scholten krijgt iets vermoeids als ik de kritiek aan hem voor leg. Zodra een wetenschapper begint over ´het wegen´ van artikelen haakt de Nieuwsmonitor uit principe af. Want hoe oordeel je objectief en reproduceerbaar over artikelen? Scholten weet als geen ander in welk drijfzand je terecht kunt komen. “Als je dé kwaliteit van dé journalistiek wilt meten, wat moet je dan meten? Wat is dé journalistiek, wat is dé kwaliteit en wat zijn dé media?”

Verder noemt hij het onontkoombaar dat de waarnemingen van de Nieuwsmonitor achter het nieuws aanlopen. Maar nu de database goed gevuld raakt en de onderzoekers beter ingeschoten zijn op de materie, komen er eerder resultaten. “We proberen tegenwoordig parten uit onderzoek sneller te brengen.” Natuurlijk zijn de gegevens van de monitor niet compleet, geeft hij toe. Dat claimt de monitor ook allerminst. “Ik vind die kritiek soms een beetje gemakkelijk. Wat wil je dan? Kom dan zelf met voorstellen.”

Ook radio en televisie
Scholten is de eerste om toe te geven dat de monitor beperkingen heeft. De regionale kranten horen er echt bij, vindt hij. Radio en televisie natuurlijk ook. Dat met radio en televisie gaat gebeuren, maar in eerste aanleg waren de omroepen niet bereid om mee te betalen aan de Nieuwsmonitor. Dit soort onderzoek is relatief duur. Zeker bij radio en tv, waar de teksten niet ´op papier staan´, loopt de teller snel. Ook social media als Twitter verdienen aandacht omdat via die media een onderwerp als een strovuur kan ontvlammen.

De laatste maanden is er meer vaart in de productie gekomen. Toen afgelopen zomer berichten verschenen over de griepvaccins die ´ten onrechte´ groot ingekocht waren, speelde de monitor daar direct op in door het aantal artikelen en de teneur te schetsen rondom de dreigende pandemie een jaar eerder. Nog geen week na de inzameling voor Pakistan kwam de monitor met een meting van de krantenaandacht voor dat land vergeleken met de ramp in Haïti [pdf]. De laatste drie maanden verschenen twintig artikelen over media-aandacht voor heel diverse onderwerpen: Uruzgan, Wellink, de verkiezingen, griep, Oranje, immigratie, DSB, etc. Dat is heel wat meer dan de eerste drie maanden van 2010 toen de teller op vijf bleef steken. In heel 2009 kwamen er zes onderzoeken op de site van de Nieuwsmonitor, in 2008 slechts twee.