OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Natuurmakers



Natuurmakers
Reacties
Bronnen EHS en dieren
Bronnen Staatsbosbeheer
Bronnen Spontane natuur
Bronnen burgers
Bronnen divers
Bronnen particuliere natuur
Bronnen boerennatuur
Bronnen diverse terreinen
Bronnen Weer water
Bronnen Wadden
Bronnen Blauwestad
Wieringen


Wieringen



Gepubliceerd in het Waddenbulletin

 

Door Ineke Noordhoff

Met de autodeur nog in de hand herken je het direct: een eilandwind. Schraal wekt ze je uit de comfortabele zone van de airco. Naar een waddeneiland betekent – zomer en winter - dat muts, haarband en handschoenen mee moeten. Wieringen voelt als een eiland al hoef je sinds 85 jaar niet op een veerboot om er te komen.

            ‘Geen strand’, is de kernachtige diagnose van Ella Bakker die 31 jaar woont pal achter de Deltahoge dijk die Wieringen sinds 1990 van de Waddenzee scheidt. Geboren op Texel weet ze hoe dat waddeneiland gered werd van de armoe door de opkomst van het toerisme. Welstandige stadsbewoners kwamen – en komen – af op het strand, de gezonde zeebaden en de vele uren zon.

Wieringen lijkt op Texel. De zee spoelde om Wieringen heen zoals ze om de Hoge Berg op Texel heen stroomde. De in de ijstijd (Salien) gevormde keileemplaat ligt rotsvast, met hier en daar een rand waar de zee op stuit: een klif. Het land glooit, sloten kronkelen, percelen waar lammeren springen zijn omzoomd met aardewallen, tuinwallen. Het is een oud landschap. Dat voelt prettig.

Maar er is ook een groot verschil: Wieringen is een binneneiland, een eiland middenin de Waddenzee omgeven door kwelders en slikken. Een eiland, zoals Ella Bakker al zei, zonder strand. Aan de noordkant trekt het water nog steeds elk tij terug om platen vol voedsel aan de vogels vrij te geven. Grutto’s roepen, wulpen laten hun melancholische roltoon horen, meeuwen krijsen en lepelaars laten zich bekijken. Fietsen over de dijk is dan verrukkelijk. Aan de zuidkant is het vaste land naar Wieringen toegekomen. Daar ligt sinds 1930 de Wieringermeerpolder – vijf meter onder de zeespiegel. De toppen van de bomen wuiven naar het water van het IJsselmeer dat op hetzelfde niveau ligt.

Twee jaar geleden, toen haar man overleed, besloot Ella Bakker een Bed & breakfast te beginnen in haar boerderij op de klif bij Stroe. Het loopt best aardig want voor vogelaars en rustzoekers is het een mooie stek. Zonder Noordzeestrand en beroofd van de eilandstatus is het behoorlijk lastig om toeristen te lokken, zelfs als je kamers verhuurt in een 300 jaar oude boerderij en je gasten verwent met een uitgebreid ontbijt.

Wieringen is opgenomen in de kop van Noord-Holland zoals Urk in de Noordoostpolder verborgen ligt. ‘Bezoek het geheime waddeneiland’, zo proberen de folders van gemeente en VVV toch de associatie met echte eilanden te leggen. De plannen om een Wieringerrandmeer te maken zodat het water weer rondom Wieringen spoelt, zijn ver gevorderd. Maar opnieuw een eiland? Dat nooit. Niemand wil afstand doen van de korte en de lange afsluitdijk waarmee Wieringen in 1924 en 1932 werd verbonden met (West) Friesland.

 

Op een frisse maandagmorgen staan er zes auto’s en vier fietsen bij museum Jan Lont in Stroe. Tien vrijwilligers zijn aan het werk om het museum in te richten voor het nieuwe seizoen en elkaar te ontmoeten bij een bakje koffie. Wat de mandolineclub een eeuw geleden was voor het dorp De Haukes is het museum voor de pensionado’s van tegenwoordig.

‘De saamhorigheid op Wieringen is groot’, vertelt Hans Jager die afstamt van een dijkwerker. Toen Wieringen nog een eiland was, kende die onderlinge verbondenheid een natuurlijke grens, vertelt hij. De Zuiderzeewerken zorgden voor de instroom van vers bloed – waarmee de inteelt verminderde en de bevolking verdrievoudigde. Wieringen blijft die vroegere eigenheid koesteren ook al zit het eiland ruim zeventig jaar vast geklonken aan de wal. De Wieringer aak is net een beetje anders dan de Lemster aak – waarmee Hans Jagers vader destijds uit Friesland kwam op zoek naar werk. De witte erwten, verder nergens meer te vinden, zijn in ere hersteld. En echte Wieringer familienamen als ‘Bakker’, ‘Omis’ en ‘Lont’ komen nog veel voor.

De Wieringers waren arm vroeger, vertelt Hans Jager. De boeren hadden wat bouwland, een tuin, een paar koetjes, een varken en kippen. Van licht tot donker, altijd waren de mensen aan de slag. Als het werk op het land klaar was, gingen ze de dijk over om te jagen. Hij laat een ´ganzenroer´ zien, een schietijzer dat gemonteerd zat op een platte vlet die in de slenken kon varen. Niet alleen ganzen leverden geld op, ook kanoeten en plevieren.

Als je honderd jaar geleden over Wieringen fietste zag je in en om de sloten het wier liggen om het zout eraf te spoelen – en te drogen. ´Daar komt de naam niet vandaan hoor, dat komt van wiron, wat zoiets betekent als hoog punt´, aldus Jager. Het zachte Waddenzeewier werd in speciale pakhuizen bewaard en zo duur mogelijk verkocht. Een beetje besmuikt wordt het verhaal verteld over de handelaar die in 1914 goede zaken deed met de Duitsers. De manschappen die werden verzameld ter voorbereiding van de oorlog, lagen te slapen op matrassen met Wieringer wier.

Maar na de aanleg van de Afsluitdijk bleven de wierschuren leeg. Ook de ansjovis ´ansjoop´ kwam niet meer paaien. Haringvangsten liepen schrikbarend terug en de bevolking leed zwaar onder de karige oogsten. De haven van De Haukes, waar destijds net nieuwe kades waren aangelegd, lag voortaan aan dood water.

Toch werd de Amsteldijk waarmee het eiland in 1924 werd verbonden met West Friesland beleefd als een grote verbetering. Hans Jager kent de dijk goed: hij moest als jongen de 8 kilometer kale dijk dagelijks fietsen vanuit het gehucht bij de brug Ewijcksluis naar De Haukes. Tegenwoordig woont hij in Hiepo zoals Hippolytushoef in de volksmond heet. Kortweg ‘het dörrep’. Hiepo ligt midden op. Niet aan zee, noch aan het IJsselmeer wel het middelpunt van Wieringen. Den Oever, aan de oostkant, nam het stokje over van De Haukes. De vissershaven aan de Waddenzee groeit, de boten worden groter omdat ze de Noordzee op gaan – en ook de hallen van de visindustrie aan de kades blijven uitdijen.

Wat heeft Wieringen met water, vraag ik Michel Mosk, die over de kade bij Den Oever fietst. ´Alles´, antwoordt hij. ´We leven ervan. Het is voor ons een heel belangrijke bron van inkomsten.´ Na 22 jaar is hij zelf net een paar weken gestopt met vissen. Waarom? ´Ik heb vier kinderen. Op zondagavond vaar je uit, vrijdag kom je terug. In de winter ben je vaak elf dagen achter elkaar van huis. Dat wil ik niet langer.´ Hij is bezig een eigen zaak op te zetten, de Wieringer viskoerier. Zijn website gaat in juni online. ´Mensen willen verse vis, daar hebben ze best geld voor over. Ik weet hoe het werkt op de schepen; ik ken de mensen. Als het schip van mijn schoonvader binnenloopt, vraag ik welk kratje het laatst is binnen gehaald. Dat koop ik in en die vis bezorg ik door het land.´

Aan de binnenkant van de Afsluitdijk - aan het IJsselmeer - is een jachthaven gekomen. Big business. Aanstekelijke business ook, want de Polder Waard Nieuwland en het bovenste deel van de Wieringermeer worden opnieuw onder water gezet om zo ruimte te maken voor nog meer ligplaatsen, huizen aan het water en ook nieuwe natuur. Oudere Wieringers gruwen van de plannen. Tot drie keer toe hebben mannen met spierkracht een dijk gebouwd om de Polder Waard Nieuwland. Twee keer kwam de zee het werk weer innemen (in 1500 en in 1683). Nu is het de provincie die de oude wierdijken bedreigt. En de kop van de Wieringermeer is pas in 1930 veroverd op de zee – en in 1944 opnieuw drooggepompt. Van goed bouwland weer water maken – dat gaat menigeen te ver. Ella Bakker kijkt er praktisch naar. ´Heb je gezien hoeveel huizen hier te koop staan?´ Met 2000 nieuwe woningen erbij kan het lot van kleine authentieke boerderijen bezegeld zijn.

             Wieringers zijn Wieringers gebleven omdat je hier geen grootschalig toerisme hebt zoals op Texel, meent Ella Bakker. Ingenieurs kunnen dijken bouwen, polders aanleggen en weer onder water zetten, maar ze kunnen de Noordzee niet naar Wieringen brengen. Mede daarom hebben de eilanders hun eigenheid deels kunnen vasthouden. Dat geldt ook voor het landschap: de kronkels in sloten en de glooiingen in het land komen voort uit de loop van het ijspakket lang geleden. Dat historisch erfgoed is bewerkt door mensen. Maar op bescheiden schaal. Hier geen megakavels zoals in de Wieringermeer, noch vakantieparken zoals op Texel.

De Waddenzee vormt de bonus van het bestaan van boeren, burgers en recreanten op Wieringen, vroeger en nu. Ella Bakker: ´Vóór 1990 kon ik de boot naar Texel zien varen als ik stond af te wassen.´ Rijkswaterstaat legde de Deltadijk voor haar uitzicht. Haar man kraste die het eerste deel van de naam van de boerderij Zeezicht door als een stil protest. Haar B en B heet nu Hoeve Dijkzicht.

‘Al die 31 jaar dat ik hier woon, loop ik elke dag hetzelfde rondje. Ga je mee?’ Haar schapen lopen op een grasmat die ‘zeker te weten 86 jaar lang’ niet geploegd en opnieuw is ingezaaid. Daarom zitten er oude soorten als reukgras in. ‘Wanneer ik hier gemaaid heb, ruikt het heel lekker.’ Een oud walletje scheidt haar land van de weg. We lopen de Deltadijk op die ´respectloos´ dwars over haar grond is aangelegd. Ze heeft nog 1,5 hectare buitendijks waar ze in de zomer haar paard traint. Met uitzicht op de Waddenzee en Texel. ´Prachtig toch?´ Het fietspad volgt de waterlijn – en niet de dijk. Nu en dan worden de buitendijkse percelen door de zee bevloeid met zout water. ‘Weet je wat zo grappig is? Als ik de lammeren er straks in laat lopen, eten ze altijd eerst de jonge zeekraal. Pas als dat op is beginnen ze aan het gras.’ Haar lamsbouten hebben dan ook geen dure bijgerechten nodig.