OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Artikelen


Geert Mak over landschapspijn
Kwartetten met gebouwen
Modderig museumstuk
Pieterburen aan Zee
De 21e eeuw
De druk neemt toe
Op zoek naar Wadden-wildernis
Goed zoeken naar Waddenwerelderfgoed
Grazen in stuivende duinen
Zee klapt over Rottum
Rottum groeit
Simonszand door midden
Bijzonder burgerinititief
Blekers boeren
Knikklei aan de haringen
Nieuwsmonitor 2
Nieuwsmonitor 1
Dannemeer 9
Dannemeer 8
Dannemeer 7
Dannemeer 6
Dannemeer 5
Dannemeer 4
Dannemeer 3
Dannemeer 2
Dannemeer 1
Het luie landschap

Verlangen naar wildheid
Alweer een moeras
Vrijbuiters van īt wad
Vrije-keuze-koeien
Feestje op braakland
Intratuin op grote schaal
In dienst van de natuur
Leuk werk in vijfsterrenlandschap
Een schuur vol beukennootjes
De natuur als medicijn
Help, ze komen plantjes tellen
Boeren stoppen met natuurbeheer
Het is een lastige periode
Akkervogels wacht hongerwinter
Geef burgers het landschap terug
Kleinere redacties, betere kranten?
Inkrimpingen gaan door
Vogelaar: dubbelspel
Grutto's kijken in stadsland
Met de tram de stad uit
Heel erge betweters moeten dood
Mensen vervreemden van de natuur
Het lageland stroomt vol


Dannemeer 5



 

Een Blaarkop staat op de oever van het Slochterdiep temidden van het ruige gras en pitruspollen. Morgen gaat Okke Groeneveld, met de vijf andere eigenaren van deze kudde, de dieren vangen. Eens per jaar drijven ze de runderen in vanghokken bijeen om de kalveren van de koeien te scheiden. Stiertjes worden voor de slacht verkocht of ze mogen als os nog een jaartje aanspekken, koekalveren moeten voor nageslacht zorgen.

De Blaarkoppen zijn heel wat onrustiger dan het melkvee dat Okke Groeneveld thuis in Harkstede gewend was tweemaal daags door zijn grote handen te krijgen. In 2001 stopte hij met melken omdat zijn akker- en grasland nodig waren voor Meerstad. Hij was voorzitter van de LTO Slochteren toen begin jaren negentig duidelijk werd dat er 1700 hectare nieuwe natuur zou worden aangelegd tussen Kolham en Appingedam. ´Wij zouden 1100 hectare boerenland kwijtraken.´ Dat wilden de boeren niet zomaar laten gebeuren. ´Die nieuwe natuur moet ingericht en onderhouden worden. Wij dachten daar kunnen wij als boeren misschien ook wel wat in betekenen.´

In 2000 richtten de boeren de vereniging voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer in Slochteren op. Vier jaar later graasde hun eerste kudde Hereford-runderen tussen Kolham en Woudbloem. ´We wilden geen Schotse Hooglanders met die lange rooie haren. De Herefords komen wat dichter bij ons eigen vee.´ Later kwamen er meer kuddes, waaronder een van de bijna uitgestorven Groninger Blaarkoppen.

Als melkveehouder was Okke gewend goed voor zijn vee te zorgen. In de natuurgebieden moeten de dieren zichzelf redden – in verband met de natuurontwikkeling mag er nauwelijks bijgevoerd worden. Dat is wel even wennen: ´Vorige winter was een rotwinter voor die dieren. Gelijk in het begin lag er al een pak sneeuw en was er niets meer te vinden voor die dieren.´

Ook is het moeilijk als boer om te zien hoe het landschap waar je eerder orderlijk grasland had of akkers, verandert in een ruigte. Maar de omvorming tot natuur is ´een keuze´, zegt Okke Groenveld berustend. Daarmee laat hij netjes in het midden dat het niet zijn eigen keuze is. ´Zo erg als bij het Leekstermeer en Peize is het hier gelukkig niet. Daar is boerenland veranderd in riet en andere rommel.´ De grazers in Midden-Groningen doen dus goed werk. Maar ook hier zijn stukken waar het pitrus onrustbarend groeit, bijvoorbeeld bij het Skald Ae. Daarom wilde Staatsbosbeheer daar beweiding met pony´s, die vreten meer van dat harde spul. Een van de leden van de vereniging stapte daarin. Maar vorige winter zorgde deze boer niet goed genoeg voor de dieren – ondanks de kritiek die hij kreeg van andere leden. Het maakt duidelijk hoe kwetsbaar het is om samen verantwoordelijkheid te nemen.

Een van de boeren is ´oppasser´ van de kuddes, die telt dagelijks de runderen en houdt bij het afkalven een oogje in het zeil. Door het jaar heen heeft Okke Groeneveld dan ook weinig werk aan zijn vleesvee. ´Je fietst er eens langs en dan is het toch wel prettig dat het je eigen dieren zijn.´ En aan het einde van het seizoen drijven ze de dieren bij elkaar om te kiezen welke nog een jaar mogen blijven. Uit de omgeving krijgt hij leuke reacties: ´Burgers zeggen: ´´Toch fijn dat onze eigen boeren hier de kuddes hebben´´, dat streelt ons natuurlijk ook.´

Vaak is wel een heel gedoe om het boerenwerk in de natuur te plooien in de strenge regels van het gewone boerenbedrijf. In Tetjehorn wil Staatsbosbeheer alleen in de zomer grazers hebben. Maar na een zomer aan het Schildmeer mogen de dieren niet meer terug naar de stal. Vanwege gezondheidsvoorschriften. Dus grazen daar nu uitsluitend ´uitgewerkte melkkoeien´. Na de zomer sluit voor hen definitief het doek.

Aan de overkant van het Slochterdiep –nu nog verleidelijk groen - is alles gereed voor het water. De duiker onder de weg is klaar, alleen de klep hoeft nog maar open en het Dannemeer loopt vol. Zeshonderd hectare nieuwe natte natuur. ´Ik geloof dat wij maar 50 hectare daarvan kunnen beweiden, de rest wordt te nat voor de dieren´, zegt Okke Groeneveld met spijt.