OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Artikelen


Geert Mak over landschapspijn
Kwartetten met gebouwen
Modderig museumstuk
Pieterburen aan Zee
De 21e eeuw
De druk neemt toe
Op zoek naar Wadden-wildernis
Goed zoeken naar Waddenwerelderfgoed
Grazen in stuivende duinen
Zee klapt over Rottum
Rottum groeit
Simonszand door midden
Bijzonder burgerinititief
Blekers boeren
Knikklei aan de haringen
Nieuwsmonitor 2
Nieuwsmonitor 1
Dannemeer 9
Dannemeer 8
Dannemeer 7
Dannemeer 6
Dannemeer 5
Dannemeer 4
Dannemeer 3
Dannemeer 2
Dannemeer 1
Het luie landschap

Verlangen naar wildheid
Alweer een moeras
Vrijbuiters van īt wad
Vrije-keuze-koeien
Feestje op braakland
Intratuin op grote schaal
In dienst van de natuur
Leuk werk in vijfsterrenlandschap
Een schuur vol beukennootjes
De natuur als medicijn
Help, ze komen plantjes tellen
Boeren stoppen met natuurbeheer
Het is een lastige periode
Akkervogels wacht hongerwinter
Geef burgers het landschap terug
Kleinere redacties, betere kranten?
Inkrimpingen gaan door
Vogelaar: dubbelspel
Grutto's kijken in stadsland
Met de tram de stad uit
Heel erge betweters moeten dood
Mensen vervreemden van de natuur
Het lageland stroomt vol


Dannemeer 8



‘Op Kostverloren zag je altijd leeuweriken. Heel opvallend. Nu zie ik ze niet meer.’ Thomas Fledderman uit Overschild heeft de verrekijken bij de hand. Hij is boer, jager en vogelliefhebber. Op 1800 meter van zijn schuurdeur ligt perceel Kostverloren ten westen tegen het Schildmeer aan op het streekje Tetjehorn. ‘Ik had koeien lopen bij het meer. Op een dag zag ik een klein wolkje– verder was de lucht strakblauw. Even later zat ik midden in een enorme onweersbui! Ik had het water in mijn larzen staan. Dan is thuis ver weg.’

Hij had een lapjesdeken aan stukjes grond. ‘Ik ben er alle dagen nog blij om dat we in 1995 een vrijwillige grondruil hebben gedaan. Nu ligt al mijn grond in een blok bij huis.’ Tetjehorn is natuur geworden. Vroeger kon hij er in de winter niet komen, nu kan hij er helemaal nooit meer komen, daarvoor is het land te nat. Dit moeras met riet is het eerste stuk van het grootse plan voor natuurherstel in Midden-Groningen. Iets zuidelijker vormt het Dannemeer het sluitstuk ervan. Dat gaat er ongeveer zo uitzien als dit.

Voor Thomas is de natte natuur een van de vele gedaanten die het gebied heeft aangenomen. Hier stroomde heel vroeger de zee. Een verhoging in het veld toont de inversierug - waar ooit een priel liep. ‘Mijn vader had dat perceel  in 1954 gekocht; het was een best stuk land. Nu broeden er ganzen en daar heb ik een probleem mee. Want het worden er steeds meer en ze gaan in de zomer niet meer weg.’ 

Verderop zitten kleigaten in het land. ‘Boeren groeven er klei op en verspreidden dat over het land – toen er nog geen kunstmest was.’ Nu zijn  het plasjes; de ene lang en smal, de andere klein en diep.  ‘Er zaten altijd veel eenden. Nu vooral aalscholvers; die zag je vroeger niet.’ Thomas had een hond die kon apporteren; daarom vroegen jagers hem mee. Zijn vader wilde ‘geen geklets’ dus Thomas vroeg zelf ook een jachtvergunning aan. ‘Maar ik ben boer, geen jager.’ Hij beheert zijn gewas en beschermt het tegen al te gretig wild. ‘Van de winter zaten aan de overkant 22 duizend ganzen.’ Maar ‘s winters als de doortrekkende ganzen komen rusten, zijn de akkers ‘gedooggebied’. Dan blijven de geweren in het vet. ‘s Zomers krijgt hij vergunning om ganzen te schieten. Maar alleen op eigen land, niet in de nieuwe natuur.

In de jaren zeventig zou op Tetjehorn een bungalowpark komen. Drie broedende kiekendieven beslechtten het pleit bij de Raad van State. Thomas bleef er graan verbouwen – ook toen Tetjehorn in de volgende plannen als ‘natuur’ te boek werd gezet.

In 1989 tijdens de grote landbouwdemonstraties in Den Haag hoorde zijn broer Klaas minister Braks bij toeval aan de Kamer vertellen over de Ecologische Hoofdstructuur. Klaas kwam thuis en zei over de natuurplannen: ’t gait deur.  In alle besturen waar Thomas kwam werd druk over de Ecologische Hoofdstructuur gepraat. Het ongeloof veranderde in taai verzet. ‘Alles negatief’. De Fleddermannen pakten het praktischer op. Twee jaar later had Klaas zijn boerderij verkocht en vertrok hij naar de Reiderwolderpolder. Thomas begon met vier buren een vrijwillige kavelruil om zijn grond bij het meer af te stoten. Achteraf is hij blij met die snelle actie. ‘Sommigen staan nu nog voor de rechter, wij zijn hier al jarenlang klaar met de nieuwe inrichting. Wij kunnen verder.’

Tetjehorn ging als nieuw vogelgebied naar Staatsbosbeheer. De inrichtingsplannen accepteert Thomas zoals een boer het weer voor lief neemt. Hij pacht zelfs een stukje terug en verbouwt er tarwe – voor de vogels. Maar op één punt valt het hem zwaar. De kleiril waar zijn vader in 1954 begon, is veranderd in een distelveld. ‘Ik heb ze gezegd dat is goeie grond maak daar nou een fourageerveld van.’ Maar ze luisterden niet.