OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Natuurmakers



Natuurmakers
Reacties
Bronnen EHS en dieren
Bronnen Staatsbosbeheer
Bronnen Spontane natuur
Bronnen burgers
Bronnen divers
Bronnen particuliere natuur
Bronnen boerennatuur
Bronnen diverse terreinen
Bronnen Weer water
Bronnen Wadden
Bronnen Blauwestad
Wieringen


Bronnen Blauwestad

Hoofdstuk 1,2, 3, 7, 8


 

Op deze pagina treft u achtergrondinformatie bij de verhalen uit Natuurmakers. Naast de actuele ontwikkelingen vindt u er ook de bronnen en links naar gebruikte artikelen. Het boek ligt vanaf 27 oktober in de winkels.

Komende weken zal ik hier de bronnen gaan vermelden. Deze database groeit dus in de maand oktober.

Hoofdstuk 1

U wilt vast beginnen met een kaart van het gebied. Als de officiele plannenmakers besluiten in te gaan op de wens van de bewoners, zit de Hoofdstraat in de weg. Ze leggen het diep dan achter de huizen en noemen het ’t Reiderdiep. Op deze kaart uit 1838 ligt het Beerster diep voor de huizen langs. Wanneer het diep gedempt wordt, komt daar de Hoofdstraat te liggen.

Annechien ten Have is varkensboerin te Beerta en voorzitter van de varkensvakgroep van de LTO.

Zij toont me Beerta, een adres aan het water, de toekomstschets van de bewoners. De eerste versie dateert van maart 2003. Over Dorpsbelangen Beerta vindt u op het net meer informatie. 

iN 1989 ontstaat het eerste idee over Blauwestad van Jan Timmer, Wim Haasken; het meer is dan 3000 ha groot.

In 1993 is Een Nieuw Hart Voor Het Oldambt het eerste officiële stuk dat door de provincie Groningen wordt besproken.

De provincie Groningen besloot in 1997 daadwerkelijk tot de aanleg van Blauwestad, onder aanvoering van Gedeputeerde Gerard Beukema namen de Staten ‘Van idee naar werkelijkheid’ aan.

Gerard Beukema was tot 1999 Gedeputeerde in Groningen, nu is hij directeur van het Inter Provinciaal Overleg.

Over de aanleg van Blauwestad en de besluitvorming is door de Noordelijke Rekenkamer een rapport verschenen op 1 juli 2010. Rapport van bevingingen Blauwestad

De rivier De Tjamme heet eigenlijk Tjamme, maar iedereen heeft het tegenwoordig over De Tjamme. Ook het natuurgebied wordt De Tjamme genoemd, dus dat hou ik dan ook maar aan. Het is een 200 hectare groot bos- en moerasland, de overgang van kleipolder naar veenweidegebied. Sinds kort worden er ook in dit natuurgebied kavels aangeboden

EHS: lees in bv. Interdepartementaal beleidsonderzoek 2008-2009  korte historie over de EHS. De EHS met robuuste verbindingszones krijgt dan een omvang van 728.500 hectare op land. De omvang van de EHS is echter niet in beton gegoten, zoals later zal blijken. In 2011 kiest de overheid ervoor om steeds te schrijven dat de EHS ‘rond de 700’ duizend hectare groot was.

Hoofdstuk 2

De oprichting van landbouwmaatschappijen halverwege de 19e eeuw laat laat zien hoe overheid en markt verweven raken op het gebied van voedselteelt. Eind 19e eeuw wordt de overheidsrol steeds groter, vooral omdat Nederland dreigt achter te gaan lopen.

In 1935 (eigenlijk vrij laat) wordt er een apart ministerie opgericht voor landbouw (lees. Bv Boeren in Nederland van Jan Bieleman, 2008 uitgeverij Boom). Het Landbouwschap, een organisatie uit 1954 is weer tekenend voor de verwevenheid van het boerenbedrijf en de overheid. Tot op het kleinste detail, zoals de broodprijzen, bemoeit de overheid zich met de voedselproductie.

De ruilverkavelingen vanaf de jaren zestig vormen het hoogtepunt van de gezamenlijkheid waarmee overheid en boerenstand het land herinrichten ten gunste van de voedselproductie.Daar komen scheuren in door zorg om het milieu. Met het rapport De grenzen aan de groei gooide de Club van Rome in 1972 een knuppel in het hoenderhok.

Het biologisch boeren komt op, maar blijft marginaal. Er ontstaan veel verschillende boerenoverleggen om te proberen de milieuoverlast van hun productie terug te brengen. Die milieucooperaties ontwikkelen zich langzaam in de richting van zorg voor de natuur.

CLM is vooral praktisch bezig om boeren te helpen natuurbeheer vorm te geven. Adriaan Guldemond van CLM verzamelde gegevens in zijn lezing  ‘Agrarische Natuurverenigingen als beheerders van het landelijk gebied’. De eerste ANV’s dateren van 1993 (hoeve Biesland in Delft bijvoorbeeld) Het aantal verenigingen stijgt in de 21e eeuw hard. De meeste aandacht gaat uit naar weidevogels, randenbeheer en graslandbeheer.(zo’n 80 procent van de verenigingen doet dat). Ruim zestig procent houdt zich ook bezig met landschapselementen (wallen, sloten, poelen etc.). Bij tweederde van de agrarische natuurverenigingen spelen vrijwilligers een belangrijke rol, bijvoorbeeld bij de nestbescherming.

De nota ‘de slechtste grond is de beste’ van Alterra zet begin 2000 proefprojecten op een rij en geeft een overzicht van argumenten om agrarische verenigingen een rol te geven.

In Oost-Groningen ontstaat de Anog Agrarische Natuurvereniging Oost Groningen in 2003.

 

Hoofdstuk 3 

Wie meer wil weten over het ontstaan van het Nederlandse landschap kan veel plezier beleven aan het lezen van ‘Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering’ onder redactie van S. Barends en anderen, uitgave van Matrijs.  Sowieso een uitgeverij waar de site een belevenis van is vanwege de vele boeken over het landschap.

Hoe we vroeger aankeken tegen natuur- en cultuurlandschappen is uitgebreid te lezen in het proefschrift Dynamiek in de Nederlandse natuurbescherming door Joannes Nicolaas Maria Dekker bij de Universiteit Utrecht in 2002. Dekker bespreekt de slingerbeweging die in natuurvisies te zien is.

 

Over de omvang de de EHS bestaat een eindeloos gegoochel met cijfers.

Ik hanteer de volgende grootheden: Nederland is 4,1 miljard ha. Groot, daarvan is 18 procent water. Met de nagestreefde 705 duizend hectare EHS hebben we het dus over een op de vijf hectares droog land. Boeren hebben ruim 2 miljard in gebruik dat is drie keer zoveel als er aan natuurhectares moet komen (tussen 1990 en 2010, want daarna verandert de ambitie).

Dat betekent dat een op de acht hectares boerenland omgevormd moet worden tot natuur. Door aankoop of door natuurwaarden een plaats te geven in combinatie met het boerenbedrijf (agrarisch natuurbeheer).

Na 2010 veranderen de plannen. In oktober 2010 schrijft Bleker dat de EHS ingekrompen wordt tot 600 duizend hectare. In het akkoord met de provincies (waarover een jaar venijnig is onderhandeld) handhaaft hij die omvang, maar geeft hij drie jaar meer om de EHS te realiseren. Dan wordt 2018 dus losgelaten.

Het Planbureau voor de Leefomgeving rapporteert jaarlijks hoe de natuur zich ontwikkeld heeft. In de Evaluatie Natuur en landschapsbeleid uit 2008 wordt dieper op de natuur ingegaan. Dit stuk bevat boeiende overzichten van de stand van zaken.  In dit achtergrondstuk bij de Natuurbalans staat bv op pagina 15 dat gestreefd wordt naar groei van het aantal natuurhectares met 275 duizend. 

In de Natuurbalans 2009 (pagina 16)  wordt zichtbaar gemaakt hoe de index van bedreigde diersoorten daalt (en er steeds meer soorten in hun voortbestaan bedreigd worden) http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/500402017.pdf

Op pagina 46 is te lezen dat het landbouwareaal kleiner wordt, maar dat dit vooral ten goede komt aan de stad. Landbouwgrond in Nederland wordt niet verlaten vanwege ontvolking van het platteland, maar door herinrichting ten behoeve van wegen, steden en natuur.

 

In de Natuurbalans 2008 op pagina 27 is te lezen hoe het gaat met de realisatie van de EHS. De verwerving is halverwege, maar gaat nog beslist niet snel genoeg. In het dossier EHS van het Compendium voor de Leefomgeving is preciezer te achterhalen hoe het staat met de vooruitgang van de aanleg van nieuwe natuur, de cijfers zijn uitgesplitst naar particulier natuurbeheer, de agrarische natuur  en met de robuuste verbindingen stagneert de verwerving bijna helemaal.

 

Hoofdstuk 7

Dit hoofdstuk is vooral gebaseerd op gesprekken met Rieks van der Wal en inzage in de plannen met De Tjamme destijds.

Via internet is onder meer terug te traceren dat het inrichtingsplan is gemaakt door Buro Bakker en dateert uit 1987. De Tjamme is een oud veenriviertje. In 2009 verscheen er van de hand van Bureau Lantschap ‘Ontgonnen verleden’ een fraai overzicht van het ontstaan van de streek en de karakteristieken van het Oldambt. Dat begint bij de vorming van het grootste veengebied van  Noordwest-Europa: het Boertanger Veen.In dit rapport is onder meer te lezen dat het huidige deelgebied Oldambt  vrijwel geheel met veen bedekt is geweest.

Kleine restanten hiervan nog aan het oppervlak, de rest is door de inbraken van de zee weggeslagen of bedekt met zeeafzettingen. De afwatering van het veen vond plaats via een stelsel van veenriviertjes zoals de Tjamme. In het noorden werd het veengebied begrensd door de rivier de Eems.De veenvorming heeft gedurende lange tijd vrijwel ongestoord kunnen plaatsvinden door de beschermde ligging achter de oeverwallen van de Eems. Vanaf deze hooggelegen oeverwallen en vanaf de hoger gelegen zandgronden van Westerwolde werd het veengebied ontgonnen. Hierdoor trad bodemdaling op, hetgeen in de veertiende en vijftiende eeuw leidde tot inbraken van de zee. Hierbij ontstonden twee grote baaien: de westelijke Dollardboezem (het oude Oldambt) en de oostelijke (het Reiderland), gescheiden door het schiereiland van Winschoten. In de 15e en begin 16e eeuw bereikte de Dollard zijn grootste omvang. Nadien werd het verloren gegane land door inpoldering geleidelijk heroverd. De zeeklei, die in de Dollardpolders aan de oppervlakte ligt, is in twee fasen afgezet. De onderste laag bestaat uit vrij lichte tot zavelige klei, de bovenste laag uit zware klei. De Dollardpolders gelden als een klassiek voorbeeld voor de bestudering van de ontkalking van de bodem: de zuidelijke (oudste) polders zijn kalkarm, naar het noorden neemt het kalkgehalte in de bovengrond toe. Ook de hoogteligging varieert: in het zuiden liggen de polders het laagst, verder naar het noorden is de opslibbing langer doorgegaan en ligt het maaiveld wat hoger.

Groningen had 9700 ha natuur, en moest er in het kader van de EHS 10.600 hectare bij zien te maken. In mei 2011 geeft de provincie Groningen een overzichtelijke nota uit over ‘De toestand van natuur en landschap in de provincie Groningen’.  

Hoofdstuk 8

Inmiddels is veel gepubliceerd over de wordingsgeschiedenis van Blauwestad. Zo wordt het bestaan van een gentlemensagreement bevestigd: gesloten in 1997 tussen gedeputeerde Jaap van Dijk en Staatsbosbeheer. Zie hiervoor ook het rapport van de Noordelijke Rekenkamer.

Ik volgde de plannenmakerij destijds mede via het Nieuwsblad van het Noorden. Daaruit komen ook de uitspraken van Beukema uit 1993 en 1997. Mijn gesprekken met Rieks van der Wal van Staatsbosbeheer (vanaf 2008), voegden aan dit alles echter nog veel toe. Hij vertelde openhartig hoe hij destijds in de gesprekken opereerde en toonde me correspondentie en conceptplannen. Cruciaal is dat zijn omgeving van hem vertrouwelijkheid verwachtte – en een radiostilte naar de bewoners. Die geëiste vertrouwelijkheid wordt bevestigd door het Rekenkamerrapport. Wat daarvan de gevolgen waren – en hoe dat de boeren en burgers in de kaart speelde - is niet eerder gepubliceerd. Het is des te opmerkelijker omdat de ene gedeputeerde (Marc Calon) Staatsbosbeheer dwong om het contact met burgers af te houden, terwijl de andere (Henk Bleker) die organisatie daar later in negatieve zin op afrekende, maar dat verhaal leest u in Hoofdstuk 25.

Hoofdstuk 9

De plaats waar het Oldambtmeer is gegraven lag eerder een meer. Op een kaart van Ubbo Emmius uit 1616, staat bij Finsterwolde het meer ´Fledder´ ingetekend ongeveer op de plaats waar nu het Oldambtmeer ligt. Pal onder Beerta loopt nog een arm van de Dollard. In 1635 heet het Oostwoldermeer bed. (bedijkt). Maar in 1677 op de  Dominii Groningae nec non maximae partis Drentiae novissima delineatio ligt het Eeckelsmeer op die plek. In 1725 staat het te boek als Huningameer op een kaart van François Halma. In 1838 is dat meer ingepolderd, zo is te zien op de kaarten van Groningerland. En nu is er dus weer water.