OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Natuurmakers



Natuurmakers
Reacties
Bronnen EHS en dieren
Bronnen Staatsbosbeheer
Bronnen Spontane natuur
Bronnen burgers
Bronnen divers
Bronnen particuliere natuur
Bronnen boerennatuur
Bronnen diverse terreinen
Bronnen Weer water
Bronnen Wadden
Bronnen Blauwestad
Wieringen


Bronnen Spontane natuur

Hoofdstuk 6, 18, 19


Hoofdstuk 6

Plan Ooievaar was de inzending voor de eerste EO Wijersprijs die in 1986 werd uitgereikt. Het stond voor een totaal andere manier van denken over natuur in Nederland omdat het de confrontatiesfeer wist te doorbreken. In een dichtbevolkt land moet je functies combineren waar mogelijk, maar uit elkaar halen waar ze elkaar tegenwerken, dat was de kerngedachte van het plan. Via die route  bleek het mogelijk om gebruik door de baksteenindustrie te combineren met natuuraanleg en recreatie door de factor tijd te benutten: eerst exploiteren, daarna de andere functies ruimte bieden. Alleen de landbouw paste niet in dat plaatje. Daarvoor moest elders ruimte gezocht worden. Het plan zelf (Plan Ooievaar, de toekomst van het rivierengebied,       verscheen bij de Gelderse Milieufederatie en is geschreven door Bruin, Dick de, Dick Hamhuis, Lodewijk van Nieuwenhuijze, Willem Overmars, Dirk Sijmons en Frans Vera. Drie van hen (Lodewijk van Nieuwenhuijze, Dirk Sijmons en Dick Hamhuis) zullen in 1990 H+N+S Landschapsarchitecten oprichten.

Willem Overmars vertrekt bij Staatsbosbeheer omdat hij meer ruim te nodig heeft om zijn ideeën uit te werken en begint bureau Stroming. Daar kan zijn aandacht uitgaan naar delfstoffenwinning in combinatie met natuurontwikkeling en recreatie. De Stichting Ark, die ‘meedrijft’ op de Stroming van het bureau richt zich op de relatie tussen mensen en oernatuur. Ark richt zich bijvoorbeeld op de rol van grote grazers in een natuurgebied en hoe het publiek daarop voor te bereiden. Inmiddels is het accent verschoven naar grote wilde dieren als het edelhert en de wolf.

Het juryrapport van de Eo Wijersprijs is als pdf te downloaden op 

Het idee wordt verder uitgewerkt in het WNF plan

Levende Rivieren (1992).  Plan Ooievaar en Levende Rivieren zijn de aanleiding geweest voor het concrete uitvoeringsproject De Gelderse Poort.

De combinatie van functies blijkt een geweldige vondst. Praktijkervaringen met meervoudig ruimtegebruik binnen watergerelateerde projecten door Hasse Goosen, Ralph Lasage, Matthijs Hisschemöller, Nicolien van der Grijp evalueert in 2002 de effecten van de combinaties.

Bij Rijn in beeld verscheen in 2011 een inventarisatie waaruit het grote succes van de Gelderse Poort bleek.

'Het aantal zeldzame soorten planten en dieren langs de Nederlandse rivieren is de afgelopen 20 jaar explosief gestegen. Uit een grootschalig recent onderzoek in het kader van het project ‘Rijn in Beeld’ blijkt dat de natuur van het Nederlandse rivierengebied een

ongekende vooruitgang heeft doorgemaakt. Dankzij de Ecologische Hoofdstructuur. Rivierecologen Bart Peters en Gijs Kurstjens hebben voor 15 landelijke organisaties riviergebieden langs Waal, Rijn en IJssel geïnventariseerd. De onderzoekers kennen de situatie van de riviernatuur van eind jaren '80 nog goed en konden mede hierdoor een zeer compleet beeld van de veranderingen

reconstrueren. Inmiddels heeft 'Rijn in Beeld' bijna het hele rivierengebied geëvalueerd.

Zeldzame soorten

Niet alleen aansprekende soorten als Bever, Lepelaar, Zwarte wouw en Otter doen het goed, maar ook honderden bedreigde stroomdalplanten (Wilde marjolein, Kleine ruit, Cipreswolfsmelk), veel kleine zangvogels (Roodborsttapuit, Sprinkhaanzanger), dagvlinders (Bruin blauwtje, Koninginnepage), libellen (Rivierrombout, Vroege glazenmaker) en veel vissoorten (Rivierprik,

Barbeel, Winde) floreren.De veranderingen zijn zo groot dat het Nederlandse rivierengebied op Europese schaal weer tot de

meest bijzondere natuurgebieden kan worden gerekend. Veel in Nederland voorheen uitgestorven soorten zijn inmiddels weer helemaal terug.

Aankoop landbouwgronden in uiterwaarden

De belangrijkste oorzaak van de sterke vooruitgang is volgens Peters en Kurstjens de omzetting van landbouwgronden in natuurgebieden. In veel gevallen kon dat door de aankoop van gronden in het kader van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), maar zeker ook door nieuwe combinaties met delfstofwinprojecten, hoogwaterprojecten en zelfs stadsontwikkeling. Hierdoor zijn langs de grote rivieren veel nieuwe natuurgebieden ontstaan. In deze gebieden heeft de natuur zich betrekkelijk

spontaan kunnen herstellen, met bloemrijke graslanden, soortenrijke overstromingsruigtes en

ooibossen als resultaat. Ook kregen door de aankoop van gronden allerlei dynamische processen, die allesbepalend zijn voor de

terugkeer van planten en dieren, de kans zich weer ongestoord voor te doen. Hierbij moet gedacht worden aan de effecten van overstromingen, het optreden grootschalige zand- en grindafzettingen oprivieroevers en de vernatting van terreinen met helder grondwater. De ideeën zoals in de jaren '80 ontwikkeld in het beroemde 'Plan Ooievaar' blijken in de praktijk nog beter uit te werken dan destijds gedacht.

Kosteneffectief natuurbeheer

De onderzoekers pleiten ervoor de EHS verder uit te bouwen en daarin samenwerking te blijven zoeken met de delfstofwinning, hoogwaterbestrijding (rivierbeheer), stadsontwikkeling en recreatie en toerisme. Het koppelen van deze functies met het natuurbeleid leidt tot succesvolle, maar ook betaalbare resultaten.Tegelijkertijd blijkt een koppeling met de landbouw helaas moeilijker. Zelfs landbouwgrondenwaar met relatief hoge subsidies (agrarische beheerovereenkomsten) een extensiever beheer wordt gevoerd, laten in het rivierengebied nauwelijks een wezenlijke verbetering van de natuur zien. "Een iets extensiever agrarisch beheer is eenvoudigweg nog steeds te intensief om planten en dieren voldoende mogelijkheden te bieden," aldus de onderzoekers. Juist het scheiden van

productielandbouw en natuur is langs de grote rivieren de belangrijkste motor achter het natuurherstel geweest. De onderzoekers pleiten er voor om het natuurgeld effectief te besteden, en in te zetten op de succesformules van de laatste 20 jaar.

 

Frans Vera’s boek over De Oostvaardersplassen. Van spontane natuuruitbarsting tot gerichte natuurontwikkeling verscheen in druk in 1988.

In 1986 zijn de Oostvaardersplassen aangewezen als natuurmonument – bijna twintig jaar na de drooglegging - en in 1996 krijgt Staatsbosbeheer het beheer over het gebied (dat was eerst bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP) die de Flevopolders ontwikkelde. Frans Vera werkt dan nog  – in tegenstelling tot Overmars – bij Staatsbosbeheer waar hij zich met natuurontwikkeling bezighoudt. De discussie over het beheer van de Oostvaardersplassen – en de rol van grote grazers, blijft veel maatschappelijke discussie oproepen.

Pagina over grazers oostvaardersplassen.

Kamervragen over de hongerdood van stiere. Grote grazers en publiek onderzoek door Ark voor provincie Flevoland. De Oostvaardersplassen zijn aangewezen als Europees natuurgebied (Natura 2000). In dat stuk vindt u een opsomming van de bijzondere soorten en een algemene beschrijving:

De Oostvaardersplassen zijn ontstaan in het voorheen diepste en natste deel van de Zuidelijk Flevoland en werden behouden toen de zich ontwikkelende natuurwaarden aanleiding waren om de bestemming van industriegebied te wijzigen in natuurgebied. De omliggende delen van de polder klonken vervolgens in en om het gebied nat te kunnen houden werd ruim de helft van het gebied in 1976 omgeven door een kade, waardoor hier afzonderlijk peilbeheer mogelijk is. Na wisselingen van waterstanden en verdeling in een westelijk en een oostelijk deel kan het water tegenwoordig bij een hoge waterstand weer vrijelijk stromen en functioneert het bekade deel van het moeras als één geheel. Het waterpeil wordt bepaald door natuurlijke variaties in neerslag en verdamping. In de tweede helft van de jaren negentig is het oostelijke deel van het buitenkaadse gebied vernat en zijn zowel in het westen als in het oosten, aansluitend op het binnenkaadse gebied, uitgebreide complexen van poelen aangelegd.

Over het ontstaan van het gebied en de natuurwaarden is in de gebieden database van het ministerie van ELI een aardig artikel te vinden. 

Feiten en cijfers over de Oostvaardersplassen bij Staatsbosbeheer, sinds 1996 de beheerder van het gebied. En over het gebied schrijven ze in dit artikel.

Ook al is het gebied groot (5600 hectare) er zijn toch bedreigingen, zo blijkt uit een inventarisatie van de vogelrijkdom door R. Bijlsma.

De provincie schrijft een folder over Oostvaarderswold, de uitbreiding van de Oostvaardersplassen waarmee dit gebied wordt aangesloten op de Veluwe. Triple E rekent uit wat de kosten en baten zijn van Oostvaarderswold.

Hoofdstuk 18 Heidehof

Het debat – en de globale lokaties - van de nieuwe wildernis zijn hier te lezen op de website. Heidehof heeft een eigen website  waaraan ook Matthijs Schouten heeft bijgedragen.

Hoofdstuk 19 Grensmaas

Ook Willem Overmars heeft een site over wildernis, ook zijn Groeneveldlezing uit 2005 is te raadplegen. Over de Grensmaas zijn bij Stroming de opzet en bedoeling helder uiteengezet, ook is er de website de niueweGrensmaas met daarop ook alle locaties.

Willem Overmars is ook actief in historische tuinen.

Over de Allier, die lijkt op onze ‘natuurlijke’ Grensmaas, is op de site van Willem Overmars mooi kaartmateriaal te vinden.