OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Natuurmakers



Natuurmakers
Reacties
Bronnen EHS en dieren
Bronnen Staatsbosbeheer
Bronnen Spontane natuur
Bronnen burgers
Bronnen divers
Bronnen particuliere natuur
Bronnen boerennatuur
Bronnen diverse terreinen
Bronnen Weer water
Bronnen Wadden
Bronnen Blauwestad
Wieringen


Bronnen Staatsbosbeheer

Hoofdstuk 11


Hoofdstuk 11

 

Staatsbosbeheer en zijn historie

Boompje groot, plantertje dood’, al in 1848 vond Thorbecke dat particulieren het best grond kunnen ontginnen en bos poten. Maar dat lukte niet, de planters legden het loodje. Zo kwam het tot de oprichting van Staatsbosbeheer. Lees de amusante handelingen uit de Tweede Kamer in 1996 naar aanleiding van de verzelfstandiging van SBB.In de bundel Erfgoed schreef Willemien Roenhorst een artikel over Monumenten van natuur en schoonheid waarin beschreven wordt hoe de bescherming van natuurmonumenten tot een taak van Staatsbosbeheer wordt.

Hier vindt u een korte historie over Staatsbosbeheer. In 1997 tekent minister Van Aartsen de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer. Er is dan jarenlang gedebatteerd over die stap. Al in 1982 besloot het toenmalige Kabinet om voor een aantal overheidsactiviteiten,waaronder het bosbeheer, de mogelijkheden tot privatisering te laten onderzoeken. Uiteindelijk lukt het dus in 1997.

Vijf jaar later wordt onderzocht of het een goede stap was: De commissie vindt niet duidelijk waarom de overheidsgronden door een overheidsorganisatie beheerd moeten worden. Het is niet goed mogelijk na te gaan of Staatsbosbeheer duurder of goedkoper werkt dan particuliere organisaties omdat de systematiek van afrekenen zo verschillend is.De visitatie Staatsbosbeheer in 2006 vermeld eufemistisch dat er niet alleen goede feeën gestaan hebben aan de wieg van de verzelfstandiging. Ook wordt duidelijk dat ‘Ten aanzien van het ontwikkelpad van de organisatie is eveneens van belang dat de

verzelfstandigingfilosofie van de principaal niet samenhangend is geweest’. Dat wordt nader uitgesplitst naar het ministerie zelf:

Het is het Visitatiecollege opgevallen dat aan de top van de departementale organisatie een grote loyaliteit bestaat ten opzichte van Staatsbosbeheer. De uitlatingen zijn in orde.Lager in de organisatie lijken er krachten werkzaam die Staatsbosbeheer minder

goedgezind zijn. Deze krachten luisteren dus niet naar de top, of staan los van de top. Staatsbosbeheer heeft hier ontegenzeggelijk last van. Het verdient derhalve aanbeveling dat de principaal "in huis" hier nog eens aandacht aan besteedt.

De grondtransacties zijn bijvoorbeeld kwetsbaar omdat Staatsbosbeheer wel juridisch eigenaar is, maar geen economisch eigenaar

 

Ook laat de reactie van SBB op de visitatie zien dat de imago-problemen grotendeels te maken hebben met de aansturing door het rijk: U constateert een discrepantie tussen de systeemwereld van Staatsbosbeheer en de

leefwereld van gebruiker en lokaal bestuur, evenals van de obstakels die deze opwerpt bij het publiek verantwoorden.

“De systeemwereld van Staatsbosbeheer” is bedoeld om de opdracht van de minister,

realisatie van het natuur-, recreatie- en landschapsbeleid, te kunnen waarmaken. Door het

systeem kan over de beleidsopdracht worden gecommuniceerd en verantwoording worden

afgelegd. Het systeem van natuurdoeltypen is niet ontworpen, laat staan geschikt, voor

publieksdoeleinden. Daarvoor laat Staatsbosbeheer bij voorkeur resultaten zien via bv

media, excursies. Het voornemen is wel om in 2006 het systeem transparanter te maken

zodat communicatie op alle niveaus gemakkelijker wordt.

Vanaf 1990 krijgt Staatsbosbeheer er een nieuwe taak bij: de aanleg van nieuwe natuur. In de Kamerstukken over de verzelfstandiging staat hoe de overheid deze hectares ging verdelen: de helft is voor Staatsbosbeheer, de andere helft moest gelijkelijk verdeeld worden tussen Natuurmonumenten en de provinciale Landschappen. Er kwam een invloedssferenkaart met de toekomstige eigenaren, elk met een eigen kleurtje. Het denken over grote nieuwe natuur bij Staatsbosbeheer kreeg daarmee de wind in de rug.

Nieuwe natuur wordt verdeeld conform een kaart waarop staat welke partij de eerst gegadigde is. Op deze kaarten, gemaakt in opdracht van het rijk, staan grenzen en begrenzing en

invloedssferen van Staatsbosbeheer en particuliere

natuurterreinbeherende instanties (o.a. Natuurmonumenten en Provinciale Landschappen).

Voor het verwervingsbeleid geeft de kaart de verdeling in gebieden waarbinnen een

terreinbeheerder als eerste en meest logische partij wordt beschouwd, dit om onenigheid en

'opbieden' te voorkomen. De invloedssferenkaart is het resultaat van het overleg op

provinciaal niveau tussen belanghebbende partijen, zoals Provincies, DLG, LNV en de

natuurterreinbeherende instanties.

 

Met de invoering van de Natuurschoonwet (1928) werd natuurbescherming officieel een taak van

Staatsbosbeheer. Hierdoor werd het aankopen van natuurgebieden, landgoederen en terreinen die

vanuit natuurhistorisch of biologisch oogpunt interessant waren voor Staatsbosbeheer ook belangrijk.

Koninklijk Besluit van 16 februari 1929, via Buis, J., Verkaik, J.P., (1999), p. 63. Zie ook paragraaf 2.6.

Na de Tweede Wereldoorlog voltrok zich een tweede periode waarin landgoederen in grote

aantallen werden verkocht aan terreinbeherende organisaties. Behalve Natuurmonumenten kregen

ook Staatsbosbeheer en de Provinciale Landschappen landgoederen in bezit. Deze partijen hadden

allen als officiële taak de bescherming van natuur toegewezen gekregen, waardoor landgoederen

eigendommen konden worden.244 In het aankoopbeleid werden deze organisaties gesteund door een

subsidiebeleid van de overheid, waarmee de aankopen voor de helft gesubsidieerd werden.

 

Tevens deze noten bij Hoofdstuk 11

Over het merkwaardige fenomeen dat onze meest bijzondere en bedreigde natuur bestuurd wordt door een onduidelijk veelkoppig monster, ondervroeg ik Margreeth de Boer, ex-minister en voorzitter van de Raad voor de Wadden in 2010 voor de Waddenspecial van Noorderbreedte.

Velen hebben hindermacht, niemand heeft doorzettingsmacht, concludeerden Wim Meijer, Loek Hermans en Tineke Lodders in Ruimte voor de Wadden het stuk waarmee ze in 2004 de impasse over de gasboringen probeerden te doorbreken. Ook de Raad voor Openbaar Bestuur luidde de noodklok: De huidige bestuurslagen zijn niet toegerust voor duurzame bescherming van de Wadden. Het rapport Ruimte voor de wadden uit 2004 verscheen na de impasse rondom gasboringen in het Wad.De Raad voor het Openbaar bestuur publiceert in 2005 een rapport Natuurlijk gezag met daarin een kreet om nu eindelijk helderheid te scheppen omtrent het bestuur over de Wadden.