OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Artikelen


Geert Mak over landschapspijn
Kwartetten met gebouwen
Modderig museumstuk
Pieterburen aan Zee
De 21e eeuw
De druk neemt toe
Op zoek naar Wadden-wildernis
Goed zoeken naar Waddenwerelderfgoed
Grazen in stuivende duinen
Zee klapt over Rottum
Rottum groeit
Simonszand door midden
Bijzonder burgerinititief
Blekers boeren
Knikklei aan de haringen
Nieuwsmonitor 2
Nieuwsmonitor 1
Dannemeer 9
Dannemeer 8
Dannemeer 7
Dannemeer 6
Dannemeer 5
Dannemeer 4
Dannemeer 3
Dannemeer 2
Dannemeer 1
Het luie landschap

Verlangen naar wildheid
Alweer een moeras
Vrijbuiters van īt wad
Vrije-keuze-koeien
Feestje op braakland
Intratuin op grote schaal
In dienst van de natuur
Leuk werk in vijfsterrenlandschap
Een schuur vol beukennootjes
De natuur als medicijn
Help, ze komen plantjes tellen
Boeren stoppen met natuurbeheer
Het is een lastige periode
Akkervogels wacht hongerwinter
Geef burgers het landschap terug
Kleinere redacties, betere kranten?
Inkrimpingen gaan door
Vogelaar: dubbelspel
Grutto's kijken in stadsland
Met de tram de stad uit
Heel erge betweters moeten dood
Mensen vervreemden van de natuur
Het lageland stroomt vol


Grazen in stuivende duinen

Terschelling, 2013


Samenvatting van de masterscriptie over het duingebruik op Terschelling in de historische tijd 

 

Deze scriptie, die door de gemeente Terschelling beloond wordt met de Lutineprijs 2013, gaat over het dilemma tussen exploitatie en bescherming van de natuurlijke veerkracht van het landschap. In deze historische studie naar het duingebruik van Terschelling staat de wisselwerking tussen het landschap en menselijk gebruik centraal. Onder welke voorwaarden slaagde de samenleving erin om de exploitatiedrang in de hand te houden? Dat is niet alleen een vraagstuk van economische en ecologische factoren, ook de bezitsrelaties, de sociale structuren en de dilemma’s van het collectief spelen een rol. Door verschillende terreinen van wetenschappelijk onderzoek te combineren kunnen we verbanden leggen die mogelijk een rol spelen bij het oplossen van de dilemma’s uit deze tijd. Bij het oplossen van de dilemma’s is gebruik gemaakt van de theorieën omtrent het gemeenschappelijk bestuur (commons) van Elinor Ostrom en Martine de Moor.

Na de landschapsgenese in hoofdstuk 2, wordt in hoofdstuk 3 aan de hand van de gebruiksgeschiedenis van het duingebied op Terschelling nagegaan wanneer en op welke wijze de exploitatie de draagkracht van het gebied te boven ging. Het is lastig om natuurlijke en cultuurlijke factoren te onderscheiden. De huidige Wadden zijn in belangrijke mate ontstaan door natuurlijke krachten. Maar naast zand zee en wind heeft menselijk ingrijpen die dynamiek mede beïnvloed. Kijken we naar de duinen dan is het niet gemakkelijk om vast te stellen waar duinerosie veroorzaakt wordt door natuurlijke dynamiek en waar door menselijk ingrijpen. Zeker is echter dat er sprake is van een wisselwerking.

Tot de 19e eeuw vormden met name de konijnenteelt en brandstofwinning een aanslag op het plantendek in de duinen. De begrazing begon daarna omvangrijker te worden – vooral als gevolg van overstromingen en bestuurlijke zwakte. In de 20e eeuw vormden de ontginningswerkzaamheden van Staatsbosbeheer een aanslag op het herstelvermogen van de duinen, maar die organisatie corrigeerde zichzelf een halve eeuw later en werd van ontginner getransformeerd tot natuurbeheerder. Vanaf die tijd vormde toerisme een exponentiele aanslag op de natuurlijke veerkracht van het gebied.

In hoofdstuk 4 is dieper ingegaan op een vorm van gebruik: de historische vrije weide (oerol). Nagegaan is hoe de Terschellinger samenleving te intensieve begrazing probeerde te voorkomen. Daar stuitten we op een veel gelaagde bestuursstructuur met informele lagen. Het landbouwsysteem veranderde in de 19e eeuw dusdanig dat de vrije weide er niet meer in paste. De afschaffing van het oerol werd ten gevolge van belangentegenstelling en bestuurlijke zwakte een drama in vele bedrijven. Daarin speelde Staatsbosbeheer vooral een rol als stabiele bestuurder. De veelvuldig herhaalde stelling dat Staatsbosbeheer de eilandtraditie van vrije weide om zeep bracht, is niet op feiten gebaseerd.

Om de erosieve krachten van de exploitatie beter in beeld te krijgen, is in hoofdstuk 5 de verstuivingshistorie in beeld gebracht. Daaruit is af te lezen dat verstuiving eind 19e eeuw geen probleem meer was. Vanaf de 20e eeuw lag het duingebied zelfs zo sterk vast dat de natuurlijke duindynamiek teloor dreigde te gaan en er nu duinen expres in beweging gebracht worden. Exploitatie en bescherming van de natuurlijke veerkracht van het landschap zijn, in algemene zin, niet eenvoudig te verenigen. Terughoudend exploiteren stelt de gemeenschap – en daarbinnen de individuen die geprikkeld worden door eigen belang - voor een schier onoplosbaar besturingsprobleem. In de loop der tijd zijn er periodes waarin de Terschellingers er redelijk in geslaagd zijn om bij hun duingebruik maat te houden zodat de veerkracht van het gebied in stand kon blijven. Er zijn echter ook eeuwen waarin dat evenwicht ontbrak. Waardoor zijn deze verschillen ontstaan?

De analyse bracht ons bij de bezitsstructuur, het landbouwsysteem van de samenleving en de wijze van bestuur (governance). Oplossingen als privatiseren, dan wel nationaliseren van de ‘bron’ doen vaak geen recht aan de vele belangen. In de casus Terschelling hebben we dat ook bevestigd gezien. Door de komst van Staatsbosbeheer is het lokale web van belanghebbenden aan het begin van de 20e eeuw buiten spel gezet. Vanuit de huidige kennis en theorievorming laat zich begrijpen wat er toen mis ging: de prikkels tot medeverantwoordelijkheid van de bevolking voor het voortbestaan van de duinen werden weggehaald.

Afgelopen decennia is er echter hard gewerkt aan het sociale dilemma waarvan Hardin de negatieve afloop beschreef in het Tragedy of commons. De modellen van Ostrom en De Moor bieden aangrijpingspunten om met het oog op de toekomst van Terschelling naar bestuursmodellen te zoeken waarbij het evenwicht tussen exploitatie en zorg voor het landschap meer in balans komen dan nu het geval is. In de casus Terschelling beschreven we met behulp van de theoretische modellen de mogelijkheden om collectieve beheervormen in te zetten voor de beweiding in het kader van het natuurbeheer. Dit concept van gemeenschappelijk beheer laat zich ook naar het hele eiland transformeren.

De mate waarin de mens het duinlandschap beïnvloed heeft, is sinds de Middeleeuwen exponentieel toegenomen. Dat legt een steeds grotere verantwoordelijkheid bij ons om duingebruik te beperken tot hetgeen het landschap kan dragen. Dit multidisciplinaire onderzoek biedt vanuit diverse invalshoeken zicht op de motoren en drijfveren die een rol spelen.