OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Artikelen


Geert Mak over landschapspijn
Kwartetten met gebouwen
Modderig museumstuk
Pieterburen aan Zee
De 21e eeuw
De druk neemt toe
Op zoek naar Wadden-wildernis
Goed zoeken naar Waddenwerelderfgoed
Grazen in stuivende duinen
Zee klapt over Rottum
Rottum groeit
Simonszand door midden
Bijzonder burgerinititief
Blekers boeren
Knikklei aan de haringen
Nieuwsmonitor 2
Nieuwsmonitor 1
Dannemeer 9
Dannemeer 8
Dannemeer 7
Dannemeer 6
Dannemeer 5
Dannemeer 4
Dannemeer 3
Dannemeer 2
Dannemeer 1
Het luie landschap

Verlangen naar wildheid
Alweer een moeras
Vrijbuiters van īt wad
Vrije-keuze-koeien
Feestje op braakland
Intratuin op grote schaal
In dienst van de natuur
Leuk werk in vijfsterrenlandschap
Een schuur vol beukennootjes
De natuur als medicijn
Help, ze komen plantjes tellen
Boeren stoppen met natuurbeheer
Het is een lastige periode
Akkervogels wacht hongerwinter
Geef burgers het landschap terug
Kleinere redacties, betere kranten?
Inkrimpingen gaan door
Vogelaar: dubbelspel
Grutto's kijken in stadsland
Met de tram de stad uit
Heel erge betweters moeten dood
Mensen vervreemden van de natuur
Het lageland stroomt vol


De 21e eeuw

Oog op het Wad 3, 2014


door Ineke en Maarten Noordhoff/ Illustraties idee en uitvoering: Klaas Jan Geertsema 

Lees ook Oog op het Wad 12, en 

Recreanten zoeken in de 21e eeuw meer ‘rust’, ‘natuur’ en ‘gezondheid’ dan ze in de 20e eeuw deden. Een groeiende groep mensen mijdt grootschalige voorzieningen en wil avontuur en wildernis op vakantie. Tegelijkertijd is er een bredere groep rustzoekers die met een verrekijker de natuur in trekt om wild te spotten – zonder daarbij direct ontberingen te willen ondergaan. De babyboomers die met (vroeg)pensioen gaan willen lopen, fietsen, varen of met hun caravan danwel camper op pad en genieten. Ze zijn sportief en natuurgericht en vormen komende decennia een substantiële economische motor.

De landschappelijke ‘leegte’ kan komende decennia in het voordeel van Groningen werken omdat de steden in de Randstad steeds voller raken. Daarbij helpt ook dat in de dun bevolkte Groningse kustregio in de jaren negentig van de vorige eeuw veel natuurgebieden zijn aangelegd in het kader van het grote natuurherstelbeleid Nationaal Natuur Netwerk (de vroegere EHS).

Inmiddels zijn die gebieden aardig begroeid geraakt en een goed aangelegd net van fiets- en wandelpaden maakt dat je soms een patrijs of blauwborst op je pad treft. De populariteit van het Oldambtmeer als recreatieobject heeft velen verrast en de seinen staat op groen waar het Waddenwandelen betreft. Als enige waddenprovincie heeft Groningen het lopen over onverharde boerenland- en waterschapspaden flink gesubsidieerd. Hierdoor is een dicht wandelnetwerk ontstaan dat zowel digitaal als in het landschap goed is ontsloten.

Koesteren

Boven dat rustige, mooie en goed ontsloten Groninger land ligt als een enorme slagroemtoef  de Oostelijke Waddenzee. Een parel van wereldklasse met een Unesco-vlag die van dezelfde kwaliteit is als de Grand Canyon en Greet Barrier Rif.

Het valt te verwachten dat de stroom bezoekers naar het Groningse Waddenland verder zal gaan groeien nu het Werelderfgoed is. Wie wil er niet genieten van de schoonheid van dit natuurfenomeen?

Dat is prettig voor de streek, waar het nagenoeg aan andere economische dragers ontbreekt. Maar wat voor gevolgen zal dat hebben voor  de Waddenzee? Bewegingen als ‘rewildering europa’ hebben scherp gezien dat in deze wereld alleen plaats is voor  wildernissen als de samenleving bereid is daarvoor ruimte te maken. Hoe krijg je draagvlak om een gebied als de Oostelijke Waddenzee met rust te laten? Het dilemma is groot: exploiteren betekent aantasten van de ongereptheid. Afsluiten impliceert dat de mensen er beperkt aan hechten.

Beleidsmakers lijken de situatie niet echt te overzien of onmachtig daarnaar te handelen. Aan het begin van de 21e eeuw zien we hoe er steeds meer kleine aantastingen van het gebied plaatsvinden onder het mom ‘draagvlakvergroting’. Begon het in de jaren zestig van de vorige eeuw met Wadlooptochten, nu kun je met een raceboot de Waddenzee op, er zijn wandelpaden in de kwelder aangelegd en toertochten naar een verlaten zandplaat om een wandeling te maken en zo te ervaren hoe de zee zich terugtrekt en het water weer opkomt. Allemaal begrijpelijke en zeker ook leuke activiteiten. Ze brengen hooguit enkele duizenden mensen in het gebied en knabbelen samen wel aan de kracht van dit Werelderfgoed. Voor het draagvlak hebben ze niet veel betekenis al zijn ze wel bedoeld als handreiking naar de maatschappij.

De Oostelijke Waddenzee is een enorm dynamisch gebied. Met fenomenale krachten is de natuur continu bezig het landschap keihard te verbouwen. Elk tij opnieuw. Land wordt zee, zee wordt land, elke zes uur. Hoe kunnen we Italianen, Duitsers of Hagenezen dit natuurwonder laten zien?

De tijwissel meemaken

Wie een tijwissel op het Wad ervaart, begrijpt de enorme dynamiek, maar verliest vooral zijn hart. Is het mogelijk om een substantieel aantal bezoekers de dynamiek van de tijwissel in dit Werelderfgoed te laten beleven zonder de kwaliteit ervan aan te tasten? Kunnen we de harten van pak hem beet 200 duizend mensen per jaar bereiken door hen ergens een tijwissel te laten meemaken? Dat aantal zal voor het maatschappelijk draagvlak onder de ‘Waddenwildernis’ van substantieel belang zijn en voor de streek krijgt het grote betekenis.

Kun je de druk van bezoekers sturen naar een locatie en daar zodanig managen zodat het gebied intact kan blijven? Tijdens een vakantie voeren Heer Bommel en Tom Poes oostelijk van de stuifeilanden , ver van Rommeldam, en strandde hun boot op een zandbank bij het eiland Raap. Daar was de tijwisselaar met zijn leerling in debat over het nut om bij vloed een cirkel te trekken, zodat de zee zich weer zou terugtrekken. Maarrr …  in de hitte van het debat vergaten ze om een cirkel te trekken en het eiland Raap zonk weg in de zee.

Zover zijn we nog niet, maar als we niet snel iets verzinnen, zijn we te laat.  Tom Poes verzin een list.

Water voelen

Wie de kracht van de Waddenzee wil voelen, wil het water in, ervaren hoe de zee je terugwerpt op het land, hoe je krachten tekort schieten om de stroming te trotseren. Kunnen we in de kwelder of bij de dijk een wierde bouwen met een zwembad waar je het getij ervaart? Misschien via een glazen wand verbonden met de grote zee – of ‘s zomers zelfs met een door zeewater gevoed getijdenbad met misschien wel een sauna en buiten-modderbad. Dat kan met enig historisch perspectief, want ook vroeger maakten de herders met twijgen paden in de modder.

De kracht van het water dat bergen zand meesleurt, ervaar je ook aan boord van een boot. Maar hoeveel boten moeten er het gebied wel niet in om een substantieel aantal mensen kennis te laten maken de schoonheid? Je voelt het water sleuren aan je voeten als je over een plaat loopt, je ziet het aan de boeien die scheef in de stroming liggen. Vanaf het Wadloopcentrum in Pieterburen kun je met je voeten in de kwelderprut lopen.

De meest gemakkelijke manier om het water te ervaren is door op de dijk te lopen/fietsen/zitten. Relatief goedkoop is het om naar Duits voorbeeld op de dijk een strandje te maken. Maar dan hebben we het vooral over het beleven van de immense ruimte –en niet zozeer over het voelen van de kracht van de beweging in het water.

Dynamiek ervaren

Wie de bijzondere dynamiek van de Waddenzee wil ervaren zoekt naar mogelijkheden om de zandbanken te zien verschijnen en verdwijnen, de stromingslijnen op de Wad bodem scherp in beeld te krijgen en de zon op de Wad bodem te zien schijnen – een uniek fenomeen. Is er een manier om dat vogelvluchtperspectief te ervaren zonder het gebied te belasten?

Stel je voor: Zachtjes glijdend boven het Wad in een eitje aan een kabelbaan. Vanaf de dijk, glij je eerst over de kwelder en daarna schuif je verder over het water. Je ziet de zee stromen en glijdt over een zandplaat; een zeehond waggelt van de zandplaat af het water in. Onder je, voor je en opzij: overal is de dynamiek van het Wad zichtbaar en voelbaar. De tocht duurt maar een halfuurtje; dan sta je op ‘het oog’, een zuil op een zandplaat drie kilometer van de dijk middenin de Waddenzee. Precies tussen Rottumeroog en de dijk in. Je stapt uit de wagon op de veranda. Daar kun je rustig rondkijken. Natuurlijk is er koffie of een broodje voor wie hongerig is; misschien is er een expositie of informatiecentrum, of wellicht een experience. Daarna glij je stil weer terug terwijl het landschap een metamorfose heeft ondergaan: water is land geworden, of land weer water. Technisch is het mogelijk, maar willen we het ook?