OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Artikelen


Geert Mak over landschapspijn
Kwartetten met gebouwen
Modderig museumstuk
Pieterburen aan Zee
De 21e eeuw
De druk neemt toe
Op zoek naar Wadden-wildernis
Goed zoeken naar Waddenwerelderfgoed
Grazen in stuivende duinen
Zee klapt over Rottum
Rottum groeit
Simonszand door midden
Bijzonder burgerinititief
Blekers boeren
Knikklei aan de haringen
Nieuwsmonitor 2
Nieuwsmonitor 1
Dannemeer 9
Dannemeer 8
Dannemeer 7
Dannemeer 6
Dannemeer 5
Dannemeer 4
Dannemeer 3
Dannemeer 2
Dannemeer 1
Het luie landschap

Verlangen naar wildheid
Alweer een moeras
Vrijbuiters van īt wad
Vrije-keuze-koeien
Feestje op braakland
Intratuin op grote schaal
In dienst van de natuur
Leuk werk in vijfsterrenlandschap
Een schuur vol beukennootjes
De natuur als medicijn
Help, ze komen plantjes tellen
Boeren stoppen met natuurbeheer
Het is een lastige periode
Akkervogels wacht hongerwinter
Geef burgers het landschap terug
Kleinere redacties, betere kranten?
Inkrimpingen gaan door
Vogelaar: dubbelspel
Grutto's kijken in stadsland
Met de tram de stad uit
Heel erge betweters moeten dood
Mensen vervreemden van de natuur
Het lageland stroomt vol


Pieterburen aan Zee

Oog op het Wad 4, 2014


door Ineke en Maarten Noordhoff/ Illustraties idee en uitvoering: Klaas Jan Geertsema 

Lees ook Oog op het Wad 12 en 3 

Klaas Jan Geertsema maakte voor zijn master in het kader van de opleiding voor Bouwkunst een analyse van de kansen aan de kust. Verzilting is nu voor Waterschappen en landbouw een sterk groeiende overlastveroorzaker en kostenpost, die komende decennia door de zeespiegelstijging en bodemdaling exponentieel gaat toenemen. De plannen om zilte natuur aan te gaan leggen aan de kust veranderen dat probleem in een kans. Ook de landbouw kan inspelen op die verzilting door de kust te gaan gebruiken voor zilte landbouw (zilte gewassen alsmede kweek van algen etc.). Het concept van Klaas Jan is een vertaling van integratie van zilte landbouw (boerderij en informatiecentrum) met zilte natuur én het versterken van recreatieve functies (restaurant en badhuis) aan de Groningse kust. Bovendien is het mogelijk de zoet-zout overgangen te ontwikkelen voor energiewinning.

Als locatie voor zijn project om de Waddenzee te beschermen, voor burgers toegankelijk te maken én te ontwikkelen koos Geertsema voor de kust bij Pieterburen, bij het gehucht Klein Deikum. Daarmee sloot hij aan bij een plan van het Groninger Landschap om in 2014 bij Klein Deikum een stuk zilte natuur te ontwikkelen.

Tevens koos hij voor een gebied met een lange en goed zichtbare historie (oude dijken en wielen, kwelderwallen en landaanwinningswerken) waaraan bezoekers de vroegere strijd tegen de zee kunnen aflezen – en soms zelfs ervaren.

In dit terrein zette hij een route uit die mensen per fiets of te voet kunnen afleggen en waarbij ze zich als het ware door de geschiedenis van Groningen naar de Waddenzee bewegen. Onderweg komen ze een reeks paviljoens tegen vanwaar het landschap zich nog explicieter laat lezen en waar gelegenheid is te rusten en te genieten.

De route van Pieterburen naar Pieterburen aan zee doorsnijdt de verschillende gebieden, van zoet naar zout, van verleden naar toekomst, van land naar zee. Op deze route staat reeks van goed ingepaste paviljoens die elementen in het landschap isoleren. Ieder paviljoen staat op een unieke locatie, met een eigen verhaal. De paviljoens hebben op de verdieping een ruimte  die te huur is; je kan er overnachten, werken en/of je terugtrekken voor een retraite.

Aan de voet van de dijk, binnendijks, vormen de gebouwen van de zilte boerderij en het bezoekerscentrum een omsloten ruimte in het weidse polderlandschap. Buitendijks ligt, in de luwte van de dijk, het restaurant met een dakterras en een badhuis. Bij de dijk komt alles samen, het is een knooppunt van tijden, functies, routes en landschappen. De gebouwen maken het landschap beter afleesbaar  door het ontwerp:  de bovenkant van een betonnen plint vormt een referentiepunt t.o.v. de bodem waar je op staat. De wanden daar boven zijn van gestampte klei, lokale klei wordt hierbij gemengd met cement, aangestampt tot dikke wanden. Alle paviljoens zijn 9.3m +NAP hoog, de hoogte van de deltadijk. Hierdoor zijn de gebouwen met elkaar verbonden, is de hoogte van de dijk voelbaar en ontstaan schaalelementen op landschappelijk niveau zonder het te landschap te domineren. Vanuit respect voor het lege landschap zijn sobere gebouwen ontworpen, die de beleving van het landschap versterken.

Inbedding

Kun je de Groningse kust weer meer met zijn gezicht naar zee toe manoeuvreren zonder de rust van de Wadden aan te tasten?  Dat is de kernvraag.

Zeker nu de provincie Groningen zo geteisterd wordt door aardbevingen, nu bedrijven omvallen en werkgevers verdampen is er behoefte aan een nieuw perspectief. De gemoderniseerde zeehondencrèche heeft behoefte aan een nieuwe start en er is behoefte aan een Werelderfgoed-centrum aan de Waddenzee. Qua verbindingen zijn er kansen om de band met de stad Groningen te versterken: de spoorlijn nadert de waddenkust op drie kilometer en vroeger was er zelfs een station Wadwerd. Een dagje Waddenzee kan onderdeel gaan vormen van een weekendje stad (Groninger museum).

Onze overgrootvader Roelf  Noordhoff schreef al over die treinreis van Groningen. Hij stapte uit in Wadwerd om vandaar naar Noordpolderzijl te wandelen. Hij schreef lyrisch over het Groninger Wad en wilde wel van de daken schreeuwen hoe mooi het er was. Om harten te winnen, maakte hij een tekening die aan de muur kwam te hangen in veel klaslokalen. Zijn schoolplaat van Noordpolderzijl heeft in diverse drukken vele generaties ingepalmd.

Ook in onze eeuw zouden we die schoonheid op een eigentijdse manier willen delen met velen, maar slechts onder de voorwaarde dat de waarde van het gebied onaangetast kan blijven. Liever een avontuurlijk kabelbaantje rechtstreeks vanaf NS station Wadwerd dan een grote parking onderaan de dijk.

Groot gebaar

Voor het draagvlak onder de beschermingsprogramma’s van de Wadden is het belangrijk dat mensen de bijzonderheid en kracht van het gebied kunnen ervaren; een 21e eeuwse schoolplaat is niet meer genoeg. Ingetogen kleinschalige paviljoens die de landschapsbeleving stimuleren lijken ons zeer dienstbaar aan dit idee. Voor de langere termijn zoeken we naar creatieve kansen om 200 duizend mensen per jaar een getijdenwissel te laten meemaken zonder het gebied aan te tasten.

Dat is moeilijk, maar niet onmogelijk. In de VS zijn Nationale parken opgericht om de Amerikaanse identiteit tot ontwikkeling te laten komen. Van het begin af aan waren de nationale parken erop gericht mensen het natuurwonder te laten ervaren. Dat moest een positieve ervaring zijn zodat ze zich ‘trots op Amerika’ zouden voelen. De huidige techniek helpt om de natuurbeleving intenser te maken. Zo kun je tegenwoordig bij de Grand Canyon op een glazen platform lopen om te ervaren hoe diep de kloof onder je voeten is (1200 meter!). Deze skywalk kostte 30 miljoen dollar en is een grote publiekstrekker waardoor minder mensen daadwerkelijk het gebied inlopen.

De oostelijke Waddenzee en het Groninger Waddenland op zijn beloop laten leidt vrijwel zeker tot het wegzinken van de kwaliteit van het natuurgebied. Tegelijkertijd bedreigt de krimp veel cultuurhistorisch erfgoed in de kustregio; de Middeleeuwse kerken, de landmerken, oude dijken, sluizen en zijlen. De wildernis kan  paradoxaal genoeg waarschijnlijk gered worden door een groot gebaar te maken waarin wildernis en cultuur bewust met elkaar verzoend worden. Wij zoeken naar dat gebaar.

 

Ineke Noordhoff

Maarten Noordhoff