OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Landschapsbiografie
van de Drentsche Aa




Altijd anders 9
Altijd anders 8
Altijd anders 7
Altijd anders 6
Altijd anders 5
Altijd anders 4
Altijd anders 3
Altijd anders 2
Altijd anders 1




Altijd anders 6

Foto Klaas van Slooten


De natuur herstelt zich

door Ineke Noordhoff

 

Het beekdal van de Drentsche Aa was in de tijd van de hunebedbouwers een grotendeels onbegaanbaar moeras. Niet alleen klimaatschommelingen zorgden voor veranderingen in het landschapsbeeld, ook de mens speelde een grote rol - meestal gedreven door de wens om te oogsten. De laatste vijftig jaar gaf de mens de natuur weer iets meer ruimte. Wetenschappers hebben nu in kaart gebracht hoe dat werkt.

In de historische tijd probeerden de bewoners van het Drentsche Aa-gebied met veel inspanning om hooi te winnen op de madelanden. Ze groeven slootjes in de natte beeklanden zodat het water eruit kon stromen en het land begaanbaar werd. Dat zal velen behoorlijke spier- en rugpijn hebben opgeleverd want het was hard werken. En helaas was er niet veel vreugde aan te beleven want de opbrengst viel tegen, de Drentse beekdalen liggen in schrale bodem waar weinig (vee)voedsel te winnen is. Vaak groeide zo’n ontgonnen stuk na verloop van tijd dan ook weer dicht.

Na de Tweede Wereldoorlog volgde een nieuwe poging om de beeklanden te gebruiken als boerenland. Het Drentsche Aa-gebied zou er net zo vlak en egaal uit komen te zien als elders in Nederland, wanneer er in 1965 niet een alerte landschapsconsulent was geweest die zag wat er dreigde te gaan gebeuren. Harry de Vroome mobiliseerde bewoners en beleidsmakers door hen te laten zien wat een prachtig landschap er zou verdwijnen. Het hielp dat de bodem hier van nature niet erg vruchtbaar is in vergelijking met de rest van Nederland. Hij kreeg het voor elkaar om de ruilverkavelingsmachine te stoppen en daarom is de Drentsche Aa zo mooi en kan ons landschap zich nu ontwikkelen tot een toeristische trekpleister.

In 1965 werden de eerste madelanden aangekocht door Staatsbosbeheer. Maar hoe beheer je natuurland? Daar had de mens in die tijd nog geen ervaring mee. Het idee was: in de Drentsche Aa blijven we ouderwets boeren - geen kunstmest, maar wel het hooi oogsten - dan blijft het landschap mooi open en krijgen de orchideeën weer de ruimte. Maar na een paar jaar gaven de pachtboeren het op. Zonder kunstmest konden ze te weinig van hun gading van het land halen; Staatsbosbeheer moest zelf gaan boeren.

De wetenschappers die de natuurontwikkeling volgden, zagen dat het beheer aanvankelijk maar matig werkte. Ze ontdekten na veel onderzoek ook waarom: de waterbalans was totaal veranderd door de ontginningen en waterwinningen. Het land moest weer vernatten om de oude variatie in plantengroei te krijgen. Inmiddels zijn op vrij grote schaal sloten dicht gegooid en is de waterwinning wat opgeschoven naar het Hunzedal. Dat bleek een recept voor succes. In delen van het beekdal ziet het momenteel paars van de orchideeën. Loopt u maar eens vanaf de toegangspoort tussen Tynaarlo en Westlaren het dal van het Zeegserdiepje in. Het is echt fantastisch!

Iedere plaats heeft zijn eigen verhaal - en een eigen recept om de natuurlijke krachten weer wakker te kussen. En soms lukt het ook domweg niet. In de loop der jaren is in het Drentsche Aa-gebied door wetenschappers veel onderzocht en een vracht aan kennis verzameld waardoor we nu vrij goed weten welk recept wel werkt en welke niet. Zo weten we vrij goed wat er minimaal nodig is om het fraaie Drentsche Aa-gebied in de benen te houden. En we kunnen ook vrij exact voorspellen wat er gebeurt als we niet bereid zijn geld uit te trekken voor dat beheer. Eenvoudig gezegd: dan groeit het beekdal weer dicht zoals ooit toen de hunebedbouwers er rondliepen. Door het onderzoek in het Drentsche Aa-gebied kunnen beheerders en beleidsmakers hier en elders in Nederland verstandiger keuzes maken.

Bij het lezen van al die verhalen in de Landschapsbiografie viel mij op dat Harry de Vroome zijn tijd ver vooruit was. Hij keek beslist niet alleen naar de orchideeën. De Vroome was een echte landschapsman: hij koesterde de openheid van het beekdal, de kronkelende beek, de door mensen opgeworpen houtwallen aan de randen én de bijzondere plantjes die er groeien. Dat samenspel leidde tot het krachtige concept van nu: het Nationale Park Drentsche Aa.

 

Ineke Noordhoff vertelt wekelijks over de inhoud en tot standkoming van de Landschapsbiografie van de Drentsche Aa. Zij was projectmanager en redacteur van dit lees- en kijkboek dat door een groot wetenschappelijk team is gemaakt en dat op 2 juli verschijnt bij uitgeverij Van Gorcum. Het boek kost 34,95 euro en ligt na 2 juli in de boekhandels.