OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Landschapsbiografie
van de Drentsche Aa




Altijd anders 9
Altijd anders 8
Altijd anders 7
Altijd anders 6
Altijd anders 5
Altijd anders 4
Altijd anders 3
Altijd anders 2
Altijd anders 1




Altijd anders 7

1920, Zeegse


Een ideaal fietslandschap

door Ineke Noordhoff 

Binnenkort stappen 15 duizend fietsers tegelijk op voor een rondje door onze provincie. In vijftig jaar is de fiets4daagse ontzettend populair geworden. Ik woon aan het Pieterpad en er komen dus best veel wandelaars langs, maar het aantal fietsers is vele malen groter. Dan heb ik het niet over een toevallige scholier of boodschappende dorpeling maar over kluitjes e-bikers, groepen racefietsers en gezellige rondtrappende stellen of families. Wat maakt het Drentsche Aa-gebied zo ideaal voor de fiets?

In de Landschapsbiografie van de Drentsche Aa zit een hoofdstuk over recreatieontwikkeling van Anita Pigmans en toen ik dat redigeerde ging ik met andere ogen kijken naar al die fietsers voor mijn huis langs. Ze begint haar tekst met een boeiende terugblik. Mensen van elders gingen vroeger niet voor hun lol naar Drenthe - misschien een enkele landschapsschilder daargelaten. De poëet Boxman schreef toen hij in 1834 Drenthe bezocht: Een rilling grijpt mij aan, ik zie een spooksel zweven. Natuur dwaalt door dit veld met een rouwgewaad omgeven. De heidevelden worden vaak geschetst als ‘vaal’ en ook de hunebedden joegen de mensen lange tijd schrik aan. Men had het angstaanjagende idee dat reuzen ze hadden gebouwd - en die kom je liever niet tegen.

Aan het begin van de 20e eeuw veranderde dat. Drenthe werd toen geframed als Neerlands Pompeji: een toeristenland dat zich kon meten met het grootse culturele erfgoed in Italië en Griekenland. Onze voorouders lazen in toeristische boekjes lovende verhalen over de kleine dorpjes, de oude landweggetjes (zand!), karakteristieke boerderijtjes en het groene historische landschap van de Drentsche Aa. De hunebedden zijn in die visie onderdeel van het karakteristieke middeleeuwse landschap, maar dat is een groot misverstand: hunebedden dateren van 5000 jaar geleden terwijl de Middeleeuwen amper 1000 jaar geleden waren!

Wat de opkomst van Drenthe als toeristische bestemming enorm hielp is het betere vervoer. We kunnen ons nauwelijks meer voorstellen hoe mensen twee eeuwen geleden reisden: hobbelend in een koets met paarden was je van Groningen naar Zwolle een hele dag onderweg. De stoomtrein (1870) was al een enorme verbetering en vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw werd onze wereld ‘ruimer’ omdat we massaal gingen autorijden. Nog belangrijker is dat we in de 20e eeuw vrije tijd kregen. Arbeiders werkten in de 19e eeuw vaak 14 uur per dag, zes dagen per week en dus bleef er nauwelijks tijd over om te ontspannen. Vanaf 1919 vond de 8-urige werkdag langzaam maar zeker ingang en toen daar in 1961 de vrije zaterdag bij kwam, ontdekte men het Drentsche Aa-gebied als vakantiebestemming.

Juist in die periode (om precies te zijn in 1966) hield men voor het eerst de Drentse Rijwielvierdaagse. Vakantievierders waren op zoek naar mooie routes. Met succes want Drenthe is nu fietsprovincie nummer één van het land. Het Drentsche Aa-gebied levert daaraan een belangrijke bijdrage. Waarom? Ik denk dat het geheim zit in de afwisseling en ook de schaal van het landschap verhoudt zich heel goed tot de afstand die fietsers afleggen.

Ga maar na: in het Drentsche Aa-gebied liggen 35 dorpen. Wie het wegennet volgt ziet dat er ongeveer elke vier kilometer een plaatsnaambord staat. Met een beetje mazzel is daar ook een kerk - en soms een terras. Dat is op de fiets een prettige afstand om je route op in te stellen. Tussen die dorpen is van alles te  beleven: vele fraaie oude essen  - akkers die hoog in het landschap liggen -, vriendelijk kabbelende beekjes, bossen en een paar grote heidevelden. In de 18e eeuw werden die heidegebieden ervaren als wildernis waar rovers in de bosjes hun kans afwachtten; in onze tijd zijn het fraaie natuurgebieden met goede fietspaden erdoorheen. Elke tijd heeft zo zijn eigen manier van omgaan en gebruik maken van het landschap. Nieuwe kennis over het leven vroeger nodigt nadrukkelijk uit tot een ontdekkingstocht door het landschap. Als je van een hunebed over het fietspad ‘afzakt’ naar een beekloop, kun je bijvoorbeeld door je oogharen de eerste Drentse bewoners zien sjouwen om water te halen. Vijftig jaar geleden startten er 300 deelnemers met de Drentsche Rijwielvierdaagse. Op 6 juli 2015 gaan er 50 keer zoveel  fietsers van start. Terecht want fietsen past op een prettige manier bij de het stroomdallandschap.

 

Op www.drentsarchief.nl staan prachtige oude foto’s. Deze foto van Paviljoen Duinoord in Zeegse (rond 1920) en het station Vries-Zuidlaren (1890 - 1910) komen van de Historische Vereniging Vries. De foto met fietsers is gemaakt op de galgenberg bij Anloo door Tom van der Mast.

 

Ineke Noordhoff is projectmanager en redacteur van de Landschapsbiografie van de Drentsche Aa dat door een groot wetenschappelijk team is gemaakt en dat verschijnt bij uitgeverij Van Gorcum. Op 2 juli wordt het boek gepresenteerd op het congres Het experiment van de Drentsche Aa. U kunt zich daar nog voor opgeven bij www.BOKD.nl.