OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Op het Land


Recensies
Voorwoord
1 Boerenland / Izašk Geluk
2 Weidepremie / De Haan
3 Ganzen / Auke Veldman
4 Bloemen / Wim Roskam
5 Bloemen / Peter de Koeijer
6 Grutto's / Piet Praag
7 Bomen / Harm Veeneman
8 Akkervogels / Kremer
9 Vogels / Van Burgsteden
10 Biologisch land / Kuiper
11 Natuurland / Kor Buist
12 Stadsland / Jan Duijndam


6 Grutto's / Piet Praag



 

door Ineke Noordhoff / Foto Ellen Kok

‘Eeuwenlang is alles hier hetzelfde gebleven', vertelt Jan Praag. Zijn vader heette Piet, en zijn zoon heet weer Piet. Zo gaat dat al 11 generaties lang. En allemaal boeren ze in Jisp, in het natte veenweidegebied. 'Juli was de hooimaand. Zo rond 18 juni kwamen de hooiers. Ze bleven vier tot zeven weken, afhankelijk van het weer. Hooien was zwaar werk hoor! Ik had mannen uit Hoogeveen – daar waren ze arm hoor - allemaal turf daar. Die kerels waren geen water gewend, dus kregen ze weleens natte benen. Maar ’s avonds waren ze ook wel weer uitgerust, dan gingen ze dansen op het Moriaanshoofd in Wormer.’

‘De natuurorganisaties dreven de prijs van grond op’

(Verkorte versie uit Op het land)

Maaimachines namen het werk over van de mannen uit Drenthe. Eerst met smalle maaibalken, allengs met bredere machines die in steeds hoger tempo over het gras reden. Kunstmest stuwde de groei van het gras steeds verder op. Grootvader Jan kan uren vertellen over de grutto’s, kievieten en tureluurs die destijds op zijn weilanden de bodem afstruinden naar insecten en wormen. ‘Ik was er vroeger gek op naar het land te gaan en eieren te zoeken. Vanaf dat ik vijf jaar was, ging ik al mee. Ik raapte de eieren en verkocht ze voor twintig cent op de markt in Purmerend. Na Pasen zakte de prijs. ”Kiefte-aier” zijn lekker hoor; “tuuke” en grutto’s ook; het zijn immers geen viseters. De vrouwtjes leggen gerust weer nieuwe eieren.’

In de jaren vijftig barstte het van de grutto’s in het Wormer- en Jisperveld. Tegenwoordig zoekt zijn zoon Piet eieren om er een beschermer omheen te zetten. Voor een gruttonest krijgt hij 69 euro op zijn bankrekening. ‘Dit jaar had ik 73 nesten, op een perceel van tien hectare.'

'Eigen grond maakt je bedrijf sterker'

'Beheer in dit gebied is heel duur door al dat water. Omdat het hier zulke kleine akkers zijn met veel water zitten in Noord en Zuid Holland ook de kleinste boeren. Dat heeft daar mee te maken.Ik weet nog dat ik jong was, om me heen keek en dacht “Als ik dat stuk grond erbij heb en dat, dan is het snorretje.” Maar aan grond kopen kwam ik een tijd lang helemaal niet toe. Natuurmonumenten had ook zijn zin op de grond gezet. En dan heb je hier ook nog te maken met mensen uit de stad met veel geld. Die grond erbij was voor ons noodzakelijk. Eigen grond maakt je bedrijf sterker.’
Zijn vrouw Carolien: ‘Voor grond die van jezelf is en bijzondere natuurwaarde heeft, kun je een contract sluiten en een beheervergoeding bij het Rijk aanvragen. Maar boeren die pachten hadden sowieso een probleem, want de beheervergoeding ging naar de eigenaar. Organisaties als Natuurmonumenten en de Landschappen gaven dat geld niet door aan de boeren die eigenlijk het beheer deden. Pachters zijn hierdoor behoorlijk in de knel gekomen.'

'Anders stonden er allang flats'

'Als Natuurmonumenten die grond niet had gekocht, stonden er allang flats', reageert natuurbeheerder Jan van der Geld. In Op het land gaat Van der Geld dertig jaar terug naar zijn eerste aankopen in het gebied en kijkt hoe de verhoudingen tussen boeren en natuurbeschermers ontspoord zijn.

Frank Berendse is hoogleraar Natuurbeheer en Plantenecologie aan de universiteit van Wageningen en ziet niets in de pogingen van boeren om voor de natuur te zorgen. ‘De meeste agrarische landschappen zijn dode landschappen. Als je ziet hoe sterk de verliezen aan biodiversiteit zijn van de laatste dertig, veertig jaar, dan begrijp je waarom het zo belangrijk is om te zoeken naar de meest effectieve strategie om de soorten die er nog zijn te beschermen. Het grootste deel is al verdwenen. We zullen heel veel moeite moeten doen om te behouden wat er nog is.'

'Zonder boeren geen weidevogels. Daarom móet je boeren bij natuurbeheer betrekken', vindt Adriaan Guldemond. Hij was vanaf 1982 vrijwillig vogelbeschermer in Waterland en promoveerde ondertussen in de biologie. Inmiddels werkt hij bij Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) en zoekt naar manieren om de belangen van boeren en natuurbeschermers bij elkaar te brengen.

Lees verder hoe boeren en natuurbeschermers in Waterland tegenover elkaar kwamen te staan en welke uitweg Guldemond ziet in Op het land.