OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Columns


TV is weer leuk
Op de dijk
Zeehonden kijken
Verzoening
Ook een Blekertje doen?
Pettenpolka
Een Blekertje doen
Weg provinciehuis
Hollander boven God
Ganzedijk
Storm
Otium
Kwaliteitstoets
'Ruig land'
Pak de echte kwaai-aap
Staatsbos is de beste
Blauwborsten aan de kant
Biodiversiteit
De provincie heeft gewonnen
Grond, de Hollandse aflaat
De horizon komt dichterbij
Mooipraterij
Landschap
De Molenaar
De groeten van je dochter
Op zee
Rottum


Pak de echte kwaai-aap

Midlaren, 2 aug. 2007


door Ineke Noordhoff

Verdriet bij Natuurmonumenten over mijn vorige column. Begrijpelijk. Want het is niet leuk als je dagelijks je stinkende best doet in de natuur om dan te lezen dat Staatsbosbeheer de beste is. Toch is dat wat ik lees in het rapport van het Milieu en Natuur Planbureau.

Nu ik het hele rapport nog eens van voor naar achter en van achter naar voren heb doorgevlooid, zie ik scherper waardoor dat komt. Staatsbosbeheer legt, zoals ik eerder al schreef, direct verantwoording af aan het ministerie van LNV. En daarbij sluit ze direct aan bij de rijksdoelen op het vlak van natuur.

Als beste getest

Terreinbeheerders als Natuurmonumenten, de landschappen en ook particuliere beheerders en boeren krijgen subsidie via Programma Beheer. Die moeten dus voldoen aan de eisen van dat systeem. Een slimme overheid zorgt natuurlijk dat de eisen van het Programma Beheer leiden tot meer natuur zodat de rijksdoelen op dat gebied gehaald worden.

Maarrr, en daar zit em het rare, zo zit het in Nederland dus niet in elkaar. Die koppeling tussen de eisen van Programma Beheer met de rijksnatuurdoelen is niet zo eenduidig als in het systeem van Staatsbos. En aangezien het Milieu en Natuur Planbureau onderzocht of afgelopen zes jaar de natuurdoelen van het rijk dichterbij zijn gekomen, kwam SBB als beste uit de test.

Het hele onderzoek barst trouwens van de ‘weten we niet’, ‘onbekend’, ‘onvergelijkbare gegevens’, ‘niet toegankelijke informatie’ en andere statistische ontwijkfrases.
Natuur beheren is namelijk behoorlijk avontuurlijk: omdat je niet precies kunt voorspellen wanneer welk plantje of dier zich ergens gaat
vestigen, omdat je de ‘vervuiling’ niet kent die uit de omgeving in je terrein neerdaalt, omdat je niet weet hoe de waterstromen diep in de aarde zich gaan voegen naar veranderingen aan de oppervlakte en zo nog honderdduizend variabelen. Voeg in dat mengsel een subsidiesysteem dat je dirigeert naar ‘meetsoorten’ die weer afwijken van de ‘doelsoorten’ en je hebt helemaal geen overzicht meer van de prestaties die door de beheerders worden geleverd. Toch is dat wat het MNP in deze evaluatie probeert te achterhalen.

Geklungel en verspilling

Drie pregnante conclusies van het MNP wil ik nader noemen:
- 1. Natuurbeheerders afrekenen op resultaten, zoals het rijk wilde, is niet gelukt en eigenlijk ook niet zinnig. Natuurlijke processen zijn zo complex dat ze zich niet in een formule laten vangen. Daarbij is de milieuvervuiling de grootste
verstoorder van de biodiversiteit – en daar kan de natuurbeheerder niets aan doen.

- 2. Het rijk meet de natuurkwaliteit beter, maar dat brengt het natuurdoel niet dichterbij. Er zijn meer meetgegevens, maar die helpen vooral bij het controleren van de subsidiegelden. Ambtenaren eisen bergen met stippenkaarten vol ‘meetsoorten’. Maar de beheerders kunnen die gegevens nauwelijks benutten bij hun werk in de natuur omdat daarvoor andere gegevens nodig zijn. Staatsbos, die op een andere manier verantwoording aflegt, kan de meetgegevens wel koppelen aan beslissingen over het beheer. Die organisatie ‘leert’ van het verantwoording afleggen.
- 3. De (gesubsidieerde) natuur ligt niet altijd in gebieden waar planten en dieren de beste kansen hebben. Vooral kleine
gebieden zijn in het nadeel. Of natuur zich goed ontwikkelt, heeft in de eerste plaats te maken met de plaats van het gebied. Zaken als grondsoort, bemesting in het verleden, omgevingsverstoringen en dergelijke spelen een pregnante rol. Pas daarna komt de kwaliteit van de beheerder om de hoek kijken. Kort gezegd sturen rijk en provincies niet naar de goede locaties omdat ze kaarten met natuurdoelen en gebiedsplannen niet (tijdig) opstellen en vaststellen. Daardoor wordt er te weinig resultaat voor de natuur bereikt.

Afrekencultuur

Dit is mijn selectie van belangrijke punten waar het MNP de vinger legt op falen. Het rijk focust op afrekenen in plaats van op natuur, en doet – met provincies - haar eigen werk niet goed waardoor het natuurgeld niet naar de meest kansrijke plaatsen voor plant en dier stroomt. Dat is nogal wat. En dan hebben we het nog niet over de kosten van die bureaucratie.
En wat pikt Natuurmonumenten eruit in Van Nature? Dat de natuurkwaliteit in natuurgebieden zoveel beter is geworden en dat de boeren
slechte prestaties leveren. Ik snap heus wel dat een organisatie in zijn eigen blad eerst het goede nieuws wil melden. Waar ik bezwaar tegen maak is dat boeren die zich bezighouden met agrarisch natuurbeheer telkens de zwarte piet voor de hele beroepsgroep krijgen toegespeeld.
Boeren die aan agrarisch natuurbeheer doen, moeten ook zien een inkomen van hun bedrijf te halen. Door die combinatie van functies
komt natuur per definitie niet op de eerste plaats, daarover hoeven we geen stommetje te spelen.

Veel van die regelingen voor boerennatuur gaan ook nog eens over landschapszorg. Dat is vooral gericht op de beleving van het landschap door burgers, en niet zozeer op de biodiversiteit. In dat licht is het logisch dat natuurboeren niet goed scoren op de ‘natuurdoelen’ van het rijk. Doordat de begrippen natuur en landschap zo door elkaar worden gehusseld, raakt de werkelijkheid steeds verder uit beeld.
Het zou me veel liever zijn als Natuurmonumenten zijn energie erin stopt om samenwerking te zoeken met deze natuurboeren – en
gelukkig gebeurt dat ook steeds meer. Daar wordt het beter en leuker van. Hoe? Op het land profiteren dieren en planten door de kennisuitwisseling. En in de beleidskaders kunnen ze dan de echte kwaai-aap eindelijk eens bij de kladden grijpen. In Den Haag en in de provinciehoofdsteden wordt geklungeld en geld verspild. Dat moet stoppen, zodat er nog meer geld en energie gestopt kan worden in de natuur en het landschap. Door partijen die er verstand verstand van hebben zoals Natuurmonumenten.