OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Columns


TV is weer leuk
Op de dijk
Zeehonden kijken
Verzoening
Ook een Blekertje doen?
Pettenpolka
Een Blekertje doen
Weg provinciehuis
Hollander boven God
Ganzedijk
Storm
Otium
Kwaliteitstoets
'Ruig land'
Pak de echte kwaai-aap
Staatsbos is de beste
Blauwborsten aan de kant
Biodiversiteit
De provincie heeft gewonnen
Grond, de Hollandse aflaat
De horizon komt dichterbij
Mooipraterij
Landschap
De Molenaar
De groeten van je dochter
Op zee
Rottum


Otium

Krospwolde, 28 okt. 2007


Door Ineke Noordhoff

De dag heeft een uur extra. Toch heeft de zon om tien uur nog dertig minuten meer nodig om door de grijze wolken te dringen. Ik zit vandaag in het Otium, het eerste kunstwerk van de Semslinie. Van het Zuidlaardermeer tot de Duitse grens zijn zeven kunstwerken neergezet. Hier in Kropswolde – aan het fietspad van Leinwijk naar aardappelfabriek De Toekomst ligt het vierkante gebouwtje met uitkijktoren waar Mijnske Sival haar architectuur en beeldende kunst beoefent.
Vandaag wordt er in het heiligdom van Mijnske geschreven. Door mij.
Bewoners, kunstenaars en argeloze voorbijgangers komen me – hoop ik - verhalen brengen. Het bouwwerk ligt er netjes bij: de sloten zijn gemaaid, de aardappelkistjes keurig opgestapeld.
Vanaf de Woldweg naderen twee vrouwen, één loopt met een rollator. Onderop is een plankje gemaakt waarop een videocamera zit geschroefd. Mieke Hoogeveen heeft zelf geen hulp nodig bij het lopen: ze wil de route ´vanuit het perspectief van een rat´ vastleggen. De camera zit op ooghoogte van een fikse rat. ´Ik ben een APK-vrouw´, zegt Mieke. ´s Morgens werkt ze met haar man in hun APK-station te Assen. Verder mag ze doen wat ze wil: vandaag dus naar het Otium in rattenperspectief. Ze komt vast polshoogte nemen want op 11 november is zij een hele dag gast in het Otium.
Zodra Mieke en Tity de terugtocht aanvaarden, komen Froukje en Bobby aanlopen. Bobby is de hond, Froukje zijn bazin. Ze wonen hier pal bij. Sterker nog: Froukje en haar man hebben het land waar ik op uitkijk in eigendom gehad. Nu is het een kale vlakte waar de wind overheen raast. Gelukkig heb ik een pet bij me; anders waren de haren me van de kop gewaaid.
Achttien jaar geleden stonden er bomen waaraan peren en goudreinetten groeiden. En in het voorjaar vast en zeker witte en roze bloemen. Ik probeer het lieflijke beeld van die tijd terug te brengen op mijn netvlies. Dat is het mooie van woorden: je kunt er een wereld mee oproepen die er niet meer is.
Onder het landschap, zitten de beelden van vroeger. Voordat Froukje hier kwam wonen en met haar man de fruitbomen koesterde, waren er andere Kropswolders die dit land bezaten. Zij ontveenden de percelen die hun voorouders hadden bebouwd. En vandaag is er weer een volgende generatie die hier zijn aardappels teelt.
Als ik het koud krijg, loop ik over het land achter het bouwwerk, een klein strookje dat braak ligt. Overal muizenholletjes; graspiepers vliegen op. Zijn dat leeuweriken? V-vormig vliegen grauwe ganzen over. Wat zaaddozen van akkerkruiden en het staketsel van zuring steken boven het gras uit. Wat een variatie in dit stukje ruig land. Volgend jaar staat hier vast wat anders want de subsidie op braakland wordt stopgezet. Maar via woorden kunnen alle lagen van het landschap weer worden aangeboord.

 

Foto bovenaan: de werkplaats in het Otium. Onder links het Otium, rechts Mijnske Sival met roze bril.