OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Artikelen


Geert Mak over landschapspijn
Kwartetten met gebouwen
Modderig museumstuk
Pieterburen aan Zee
De 21e eeuw
De druk neemt toe
Op zoek naar Wadden-wildernis
Goed zoeken naar Waddenwerelderfgoed
Grazen in stuivende duinen
Zee klapt over Rottum
Rottum groeit
Simonszand door midden
Bijzonder burgerinititief
Blekers boeren
Knikklei aan de haringen
Nieuwsmonitor 2
Nieuwsmonitor 1
Dannemeer 9
Dannemeer 8
Dannemeer 7
Dannemeer 6
Dannemeer 5
Dannemeer 4
Dannemeer 3
Dannemeer 2
Dannemeer 1
Het luie landschap

Verlangen naar wildheid
Alweer een moeras
Vrijbuiters van īt wad
Vrije-keuze-koeien
Feestje op braakland
Intratuin op grote schaal
In dienst van de natuur
Leuk werk in vijfsterrenlandschap
Een schuur vol beukennootjes
De natuur als medicijn
Help, ze komen plantjes tellen
Boeren stoppen met natuurbeheer
Het is een lastige periode
Akkervogels wacht hongerwinter
Geef burgers het landschap terug
Kleinere redacties, betere kranten?
Inkrimpingen gaan door
Vogelaar: dubbelspel
Grutto's kijken in stadsland
Met de tram de stad uit
Heel erge betweters moeten dood
Mensen vervreemden van de natuur
Het lageland stroomt vol


Help, ze komen plantjes tellen

NRC, 19 jan. 2008


Boetes voor boeren fnuiken natuurbeheer
Ineke Noordhoff
Gepubliceerd in NRC ZATERDAGS BIJVOEGSEL, blz. 12

Veel boeren stoppen met natuurbeheer omdat ze moeilijk kunnen voldoen aan de subsidieregels. "Stel dat ze maar veertien plantjes vinden in plaats van vijftien."

Fouke de Vries uit het Friese It Heidenskip komt net terug van de rechtbank. Hij steunde daar zijn buurvrouw, een weduwe, in haar strijd tegen de Dienst Regelingen om bijna vijftigduizend euro. Op 20 hectare van haar weidevogelland wordt het gras niet voor 15 juni gemaaid om de grutto's en kieviten tijd te geven hun jongen te leren vliegen. Daardoor komt er minder opbrengst van het land, maar dat wordt goed gemaakt door de subsidie agrarisch natuurbeheer.

"Op 14 juni 2005 kreeg ze controle. De eerste snee gras stond nog keurig op het land, dus alles was in orde", vertelt De Vries. "Daarna maakten ze nog even praatje. De controleur vroeg van wie de grond was. Dat land is van mij, antwoordde mijn buurvrouw trots. Bij wie is het land in gebruik, wilde de controleur weten. Zij antwoordde dat drie buurmannen het land voor haar bewerken."

Twee jaar later, op 13 februari 2007, kreeg ze een brief waarin de gevolgen stonden van dat gesprekje: de grond was niet duurzaam in gebruik bij de eigenaar, dus moest ze alle subsidie binnen tien dagen terugbetalen.

Ze tekende direct protest aan. "Het werd maart, april en mei", vertelt De Vries. "Wat moet je doen? Gras maaien en je inkomsten voor dat jaar veiligstellen? Of iets doen voor de natuur en de kans lopen de schade daarvan zelf te moeten betalen? Mijn buurvrouw is een positieve vrouw, dus hangende het bezwaar zei ze tegen ons: We gaan door." Op 5 juli 2007, toen de weidevogels uitgevlogen waren, en de grasschade over 2007 een feit was, kwam de afwijzende beschikking.

"Ons vertrouwen in de regeling voor natuurbeheer is behoorlijk aangetast", zegt De Vries, die bestuurslid is bij de Agrarische Natuurvereniging Sudwesthoeke. "Dit soort zaken laat diepe sporen na. Als er zo met kleine administratieve tekortkomingen wordt omgegaan, gaan wij onze leden niet oproepen om aan natuurbeheer te doen." De andere bestuursleden denken er volgens hem net zo over. "Dit is het topje van de ijsberg."

Natuur is onvoorspelbaar

Natuurmonumenten heeft al honderd jaar ervaring met natuurbeheer. Toch moest ook deze grote en ervaren terreinbeheerder enkele tonnen subsidie terugbetalen omdat de natuurresultaten aan het einde van de zes jaar van het contract slechter zijn dan was ingeschat. Bij het hoofdkantoor is net weer een pakket met negatieve beschikkingen binnengekomen. Eén daarvan beslaat 511 pagina's. Beheerder in Drenthe, Albert Kerssies: "Je moet vanaf dag één je beheer afstemmen op het eindresultaat dat je bereiken wilt. Maar voor je die doelstelling haalt, ben je soms tien of wel twintig jaar verder." Het Rijk meet na zes jaar. Is er dan bijvoorbeeld niet genoeg verscheidenheid in de plantengroei, dan moet de subsidie terug.

Het Drents Landschap werd ook geconfronteerd met terugvorderingen. Directeur Eric van der Bilt: "Bij ons gaat het om kleine bedragen." De natuur is onvoorspelbaar, weet ook hij. "Je kunt het beheer perfect uitvoeren zonder dat bijvoorbeeld de weidevogels terugkeren. Dat risico is nu eenzijdig bij de beheerders neergelegd, en dat wordt als onrechtvaardig ervaren. Vaak spelen zaken een rol die je niet kunt beïnvloeden, zoals het grondwaterpeil. Natuurlijk moeten wij de samenleving laten zien dat die subsidie geen weggegooid geld is. In dit systeem zit echter één grote fout: dat de overheid haar burgers niet vertrouwt."

Per perceel moet je tellen

In 2000 bij de invoering van concurrentie in het natuurbeheer hebben beleidsambtenaren met Zwitserse precisie omschreven aan welke regels beheerders en de natuur zich hebben te houden. Zo moeten in een botanisch grasland tenminste vijftien soorten planten staan in een willekeurig vak van vijf bij vijf meter. Voor een pluspakket moeten dat er vijf meer zijn.

Boeren, particuliere natuurbeheerders en grote organisaties moeten voortaan aan dezelfde eisen voldoen. Terreinbeheerders die eerder konden volstaan met beperkte verantwoording, moeten sinds die tijd ook op perceelsniveau prestaties laten zien. Zelfs op de mooiste heidegebieden zijn percelen te vinden die niet voldoen aan de eisen van het heidepakket.

Bij controle van het natuurresultaat in het veld keurde de subsidiegever dan ook heel wat percelen af. Een op de vijf botanische graslanden schoot tekort. Daar zijn te weinig planten gevonden om de subsidie te rechtvaardigen.

5000 Sancties

In de eerste periode van het nieuwe stelsel (van 2000 tot 2006) legde de Dienst Regelingen vijfduizend sancties op. In de meeste gevallen werd de subsidie (gedeeltelijk) stopgezet. Maandenlang kon de Dienst Regelingen niet zeggen hoeveel boeren en beheerders de subsidie moesten terugbetalen. Uiteindelijk komt vlak voor de jaarwisseling het document waaruit blijkt dat er op bijna 500 contracten geld is teruggevorderd. In totaal gaat het om 9,6 miljoen euro.

Dat is een fractie van de 600 miljoen euro die in die hele periode aan 2.400 natuurbeheerders en 14.000 boeren als subsidie is verdeeld, benadrukt de Dienst Regelingen. Maar voor boeren die opbrengst offeren voor de natuur, komen die terugbetalingen hard aan. Een op de drie bestrafte boeren en beheerders heeft zelf een fout gemaakt bij het beheer. Vaak gebeurde dat niet met opzet, maar omdat de voorschriften onlogisch zijn, zoals bij de weduwe uit It Heidenskip. In meer dan de helft van de terugbetalingen gaat het om bureaucratische tekortkomingen. In een op de tien gevallen zijn boeren en natuurbeheerders bestraft omdat de natuurresultaten tegenvielen, terwijl ze wel alles gedaan hadden wat het natuurcontract van hen eiste. In één geval moest een beheerder 174.000 euro terugbetalen omdat er onvoldoende verschillende soorten planten waren aangetroffen op zijn land. Meestal gaat het om enkele duizenden euro's en soms om tientjes.

"En dan zijn we nog soepel geweest", zegt Jan Jurgen Huizing, directeur uitvoering in een toelichting. "Wij zijn geen Dorknopers die rigide bepalen: regels zijn regels." Huizing werkt nu drie jaar bij de Dienst Regelingen. De organisatie is volgens hem in die periode klantgerichter gaan werken.

Verschillende kaarten

Bij 't Onderholt, een agrarische natuurvereniging in Vorden, wordt dat niet zo ervaren. De meeste conflicten ontstaan over de oppervlakte van de beheerde gebieden. Het gaat dan bijvoorbeeld om een sloot die in de ene databank wel en de andere (nog) niet is dichtgegooid. Wilfried Berendsen, adviseur van 't Onderholt: "De mensen krijgen een kaart van de Dienst Regelingen met daarop hun percelen en het oppervlak. Die cijfers schrijven ze netjes over in de subsidieaanvraag. Na een jaar komt de AID inmeten en dan krijgen ze - vaak weer een jaar later - bericht dat ze hun perceel verkeerd hebben opgegeven. Met direct een boete en de eis om de subsidie binnen tien dagen terug te betalen."

Directeur Huizing reageert: "De mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun opgave. We stuurden die kaart mee bij wijze van service." Na honderden bezwaarprocedures heeft de dienst die service pas onlangs geschrapt, zegt Huizing. Maar volgens boerenorganisaties werken verschillende controleurs in het veld nog steeds met verschillende databestanden en blijft de berg aan bureaucratische procedures groeien. Met vernietigende gevolgen voor de motivatie van boeren om mee te doen aan natuur- en landschapsbeheer. "Mensen die eenmaal afhaken, krijg je er niet gemakkelijk meer bij", weet adviseur Berendsen.

Niet meer uitvoerbaar

Huizing erkent dat de Dienst Regelingen zelf soms ook dwaalt in de wirwar aan voorschriften die de regelingen voor natuurbeheer kenmerken. Regelingen die volgens Peter van de Boel, senior adviseur van de Dienst Regelingen "destijds eigenlijk best snel en onder hoge politieke druk in elkaar zijn gezet". "Als ik naar de afgelopen vijf jaar kijk", zegt Huizing, "hebben we onszelf in een neerwaartse draaikolk gemanoeuvreerd. De subsidiepakketten zijn zo gedetailleerd beschreven, daardoor zijn de regels vaak niet meer uitvoerbaar." Behalve de valse start hekelt hij ook de tussentijdse ingrepen vanuit politiek Den Haag. De opeenstapeling van nieuw en gewijzigd beleid heeft de uitvoering ervan complex gemaakt.

Zo is ook een deel van het leed over de natuurprestaties ontstaan. Van de Boel van de Dienst Regelingen: "Neem het botanische pakket 'halfnatuurlijk grasland'. In 2001 waren vijftien plantensoorten een voorwaarde voor toetreding tot de regeling. Dat hebben we versoepeld, want anders hadden we er direct al 30 tot 40 procent uit moeten gooien. Die eis is toen verschoven naar het einde van de periode van zes jaar."

Maar aan het einde van die zes jaar is het leed nog veel groter omdat dan subsidie over zes jaar deels terugbetaald moet worden. Van de Boel: "Je kunt als beheerder alles gedaan hebben, en toch kan het zijn dat die 15 verschillende soorten er aan het einde van die zes jaar niet staan. Verdroging, verzuring of vermesting waar je als beheerder niet altijd wat aan kunt doen, kunnen je de nek omdraaien."

De ingewikkelde regels en de vele bezwaren hebben de Dienst Regelingen doen uitdijen tot zeventig werknemers. Grofweg 14 procent van het geld dat ze onder natuurbeheerders verdelen, gaat op aan salariskosten. En dan zijn de beleidsmakers, inspecteurs en controleurs nog niet meegeteld. Huizing vindt zo'n tien procent directe uitvoeringskosten acceptabel. De natuurregeling is dus te duur.

Mensen worden doodsbenauwd

Auke Veldman, melkveehouder in het Friese Bakhuizen, heeft in 2004 land gekocht van een buurman waar een botanisch beheerspakket op zat. Hij wil niet denken aan het zwartste scenario. "De subsidie is een vergoeding voor mijn gederfde inkomsten. Die schade heb ik al geleden, daar kan ik niets meer aan veranderen. Stel dat de AID maar veertien plantjes vindt in plaats van vijftien. Moet ik dan ook de subsidie teruggeven die de vorige eigenaar heeft geïnd? Mensen worden doodsbenauwd door de dreiging dat je na zes jaar de subsidie moet terugbetalen."

"Vergelijk het er maar mee dat je door rood rijdt", zegt de melkveehouder. "Natuurlijk krijg je dan een boete. Je rekent op een acceptgiro van 50 euro of zoiets. Je verwacht niet dat je werkgever 10 procent op je salaris gaat korten. Bij de boeren is dat wel zo."

Volgend jaar nemen de provincies de verantwoordelijkheid voor het natuurbeheer over van het Rijk. Het Gelders Landschap nam daarop al een voorschot en sloot zelf een contract met de provincie. Komende zeven jaar gaat het Gelders Landschap voor 70 miljoen euro in de natuur investeren en uitgeven aan beheer. "Er komt wel een verantwoording maar op een heel ander niveau", vertelt Johan Peters van Gelders Landschap. "Wij kunnen het geld helemaal in de natuur investeren en zijn voortaan af van die tijdverslindende procedures en al dat geneuzel daaromheen."

Gelderland stapt eruit

De provincie Gelderland heeft het natuurbeheer zeer actief opgepakt en wil ook andere grote natuurbeheerders en agrarische natuurverenigingen zo'n eenvoudig contract aanbieden. De beheerders mogen zelf de natuurprestaties bijhouden en terugrapporteren en zijn dus af van bureaucratische controles. Wel moeten ze hun werkwijze laten certificeren.

Voor individuele boeren en kleine particuliere natuurbeheerders is zo'n sluiproute om de burelen van de Dienst Regelingen te omzeilen niet weggelegd. Zij zijn te klein voor dat maatwerk en zitten daarom vast aan de ambtelijke pakketten. Huizing vreest dat er met de decentralisatie van het beleid naar de provincies twaalf keer zoveel afwijkingen van de toch al complexe regels zullen komen en dat de Dienst Regelingen dan nog veel meer beheerders moet corrigeren omdat ze de regels niet goed hebben geïnterpreteerd. "Ik zie nu al dat provincies bezig gaan met gedetailleerde regels. Als we niet uitkijken versnippert het budget nog verder."

Na de eerste periode van het nieuwe natuurbeheer blijkt dat eenderde van de boeren met agrarisch natuurbeheer is gestopt. De meeste particuliere natuurbeheerders (zoals landgoedeigenaren) zijn later begonnen. Zij worden komend jaar afgerekend op hun natuurprestaties. Pas dan wordt duidelijk of zij zich ook door het subsidiestelsel laten ontmoedigen en stoppen met het beheer.

Boerennatuur richt zich op landschapselementen en vogels die bemeste weides en akkers nodig hebben, zoals de leeuwerik, ganzen en grutto's. Burgers vinden die cultuurvogels en het groene landschap van belang. Maar Fouke de Vries voorziet dat Nederland steeds verder van dat burgerideaal af zal komen te staan, omdat steeds meer boeren afhaken. "In onze vereniging zitten 107 boeren die aan ganzen of weidevogelbeheer doen. Als je zo makkelijk tegen sancties aanloopt, kun je toch niemand meer aanraden om mee te doen aan natuurbeheer?"