OPHETLAND.EU
   <<< beginpagina
Journalistiek
Columns
Artikelen
Boeken
Natuurmakers
Op het land

Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
Ineke Noordhoff
Agenda
Contact
 
Artikelen


Geert Mak over landschapspijn
Kwartetten met gebouwen
Modderig museumstuk
Pieterburen aan Zee
De 21e eeuw
De druk neemt toe
Op zoek naar Wadden-wildernis
Goed zoeken naar Waddenwerelderfgoed
Grazen in stuivende duinen
Zee klapt over Rottum
Rottum groeit
Simonszand door midden
Bijzonder burgerinititief
Blekers boeren
Knikklei aan de haringen
Nieuwsmonitor 2
Nieuwsmonitor 1
Dannemeer 9
Dannemeer 8
Dannemeer 7
Dannemeer 6
Dannemeer 5
Dannemeer 4
Dannemeer 3
Dannemeer 2
Dannemeer 1
Het luie landschap

Verlangen naar wildheid
Alweer een moeras
Vrijbuiters van īt wad
Vrije-keuze-koeien
Feestje op braakland
Intratuin op grote schaal
In dienst van de natuur
Leuk werk in vijfsterrenlandschap
Een schuur vol beukennootjes
De natuur als medicijn
Help, ze komen plantjes tellen
Boeren stoppen met natuurbeheer
Het is een lastige periode
Akkervogels wacht hongerwinter
Geef burgers het landschap terug
Kleinere redacties, betere kranten?
Inkrimpingen gaan door
Vogelaar: dubbelspel
Grutto's kijken in stadsland
Met de tram de stad uit
Heel erge betweters moeten dood
Mensen vervreemden van de natuur
Het lageland stroomt vol


In dienst van de natuur

Trouw, 29 juli 2008


gepubliceerd in Trouw 29 juli 2008

door Ineke Noordhoff

Al enige jaren grazen er Italiaanse Piëmontesers en Franse limousin-koeien op het Drentse land. Noordelijke carnivoren zijn er blij mee. Maar de beesten dienen vooral als ’onderhoudspersoneel’ voor de natuurgebieden, en hebben geen makkelijk leven.

Bij recreatiepark Het Grote Zand in Hooghalen druppelen de fietsers aan het einde van de middag binnen. Veel tijdelijke bewoners van de recreatiehuizen trekken de natuur in.

Martijn Louwes, kok en bedrijfsleider, weet hoe het werkt. „Als ik op het bord voor het restaurant een dagschotel zet met Drents Weidevlees, kan ik drie keer zoveel klaarmaken als anders. De gasten zijn er gek op.” Toeristen fietsen overdag langs een koppel koeien in het beekdal. Die positieve associatie nemen ze mee naar de eettafel.

Aan het Deurzerdiep, vlakbij Assen, lijken de lichtgekleurde Piëmontesers, oorspronkelijk afkomstig uit Noordwest-Italië, met hun kalveren er nauwelijks erg in te hebben dat het nat is op het land. In diepe pootafdrukken welt soms oranjebruin water op. Dankzij de oude stromen kwelwater krijgen zwarte rapunzels, orchideeën en andere exclusieve planten in het beekdal van de Drentsche Aa weer een kans.

Op stal kalveren

Het oude diepje stroomt kronkelend langs. De vleeskoeien zoeken die verstopte hoekjes op als ze moeten kalveren, maar soms kukelt er een boreling in de beek, vertelt Henk Jansen (39), natuurbeheerder en boer. Daarom laat hij zijn dieren tegenwoordig op stal tot ze gekalfd hebben. Zodra het jonge spul op de poten kan staan, brengt hij ze van de boerderij naar de natuurwei aan de overkant. Dat is meestal net als de pinksterbloemen en boterbloemen bloeien. Die koppels met jongvee in de bloemrijke wei, dat is echt genieten, vindt Jansen.

In het najaar, als het land echt te nat wordt, mogen de dieren terug naar de nieuwe potstal. Het vlees van de dieren is door de zorg van de boer en hun leven in de natuur botermals en uiterst smakelijk. Toch kreeg Jansen dezelfde drie euro per kilo als een afgedankte melkkoe of vee van een grootschalig werkende veehouder opbrengt. En dat stak. Daarom begon hij met een paar andere boeren een eigen keurmerk, Drents Weidevlees. Een poging om hun vlees te onderscheiden en de daarbij horende hogere kiloprijs te incasseren. Drents Weidevlees levert de boer vier euro per kilo op. Het vee moet gegraasd hebben in Drentse natuur, ’s winters een plek krijgen in een moderne potstal, en ook in Drenthe geslacht zijn.

Geen EKO-bedrijf

Even verderop langs het Deurzerdiep maait Jansen een bloemrijke weide. Ook deze pacht hij van Staatsbosbeheer. Hier is al jarenlang geen kunstmest meer gestrooid want de grond maakt deel uit van het nationaal park. Het maaisel is goed spul om van de winter te voeren. Maar aan de melkkoeien hoeft hij het niet te geven: hun productie zou er drastisch van teruglopen. Zijn melkkoeien lopen boven op de esgronden. Daar strooit hij kunstmest, en voert zijn dieren bij. Dat intensieve melkbedrijf is er de oorzaak van dat zijn vlees niet als EKO naar de markt kan. Want dan moet zijn hele bedrijf biologisch worden. Jansen geeft één doorslaggevende reden om geen biologische melk te gaan produceren: „Kijk maar eens hoe ontzettend duur biologische brokken zijn.”

Concurrentie uit het buitenland

Jan Klijnjan is ook een initiatiefnemer van het Drents Weidevlees. Hij heeft alleen vleesvee, en is dus wel EKO. Hij kampt eveneens met het probleem hoe zich te onderscheiden. In het biologische circuit moeten de dieren steeds meer concurreren met vlees dat van elders komt. Vooral Oostenrijk is tegenwoordig een grote leverancier. Ook de Raad voor het Landelijk Gebied (RLG) signaleert dat er spanning is ontstaan tussen biologisch voedsel en lokaal of regionaal geproduceerd eten. „Biologisch is natuurlijk bijzonder milieuvriendelijk. Maar op het moment dat de biologische boontjes met het vliegtuig vanuit Afrika naar onze lokale grootgrutter komen, slaat de milieubalans door naar streekproducten”, signaleerde Kees Jan de Vet van de RLG in een column.

Vion, de vleesverwerker van onder meer de biologische Groene Weg slagers, erkent dat er biologische runderen uit het buitenland worden aangevoerd. Hoeveel procent, wil het bedrijf echter niet zeggen.

Natuurbeheerders niet altijd ethisch

De limousins van Klijnjan grazen aan de oorsprong van de Geeserstroom. Vorig jaar vond hij er voor het eerst een rietorchis, dus met de natuurontwikkeling gaat het voorspoedig. Maar voor de dieren is er steeds minder te halen. Even verderop staan wat Schotse hooglanders. Klijnjan wilde dat stuk land niet pachten omdat Staatsbosbeheer eist dat het zomer en winter begraasd wordt, want dat past beter bij het natuurdoel van dat perceel. „Je mag de dieren daar niet bijvoeren omdat het land moet verschralen. Dat vinden wij geen ethische benadering.”

In de winter staan de dieren achter de boerderij Hooge Stoep in een beschutte potstal. Daar ligt hooi genoeg om te eten. Met biologische brokken is Klijnjan zuiniger. Maar zodra hij een os aan de slager heeft beloofd, mag het dier zoveel brokken eten als hij op kan.

Malser vlees van ossen

Drents Weidevlees is van koeien en ossen; die hebben fijner vlees dan stieren, vertelt Erwin Bos, eigenaar/directeur van slachterij ABZ in Anloo. Het vlees is helemaal gemarmerd; gepersilleerd heet dat in vaktaal. De dunne vetspiertjes maken het zacht en mals. „We laten het karkas eerst een week hangen. Daarna wordt het uitgebeend. In vacuüm laten we dat veertien dagen besterven. Dan krijg je echt supervlees. Maar je opbrengst wordt wel kleiner.”

Drents Weidevlees gaat vooral naar restaurants als Het Grote Zand in Hooghalen. De omzet – van enkele tientallen dieren per jaar – is te beperkt om er slagers mee te bevoorraden; die eisen een doorlopende stroom vers vlees van gelijke kwaliteit. Wie zeker wil weten dat hij lokale producten eet, kan bij de boeren zelf terecht. Ook Jansen en Hooge Stoep hebben een winkeltje aan huis; daar verkopen ze vooral stierenvlees.

Natuurorganisaties als concurrent

Naast Oostenrijks, Pools en Duits vee hebben de Nederlandse natuurboeren nog een paar grote concurrenten. Natuurorganisaties houden namelijk ook zelf vleesvee. Op 60.000 hectare natuurterrein lopen inmiddels dertigduizend grazers. Overheersend zijn de Schotse Hooglanders, die vooral worden ingeschaard omdat ze zo weinig zorg nodig hebben. Na een paar jaar werken in de natuur, worden ze onder namen die een tikkeltje ’wilder’ klinken dan ’weidevlees’ aan de man gebracht. Natuurorganisaties laveren op een andere manier dan boeren tussen natuurdoelen, diervriendelijkheid en de wensen van vleeseters.

Heide en het beekdal zijn van oudsher cultuurlandschappen. Als je niets doet, groeien ze dicht met bomen”, schetst directeur Eric van der Bilt van Het Drentse Landschap. Met 600 koeien en 1400 schapen is Het Drentse Landschap niet alleen een natuurbeschermer, maar ook een grote vleeshouder. De dieren zijn in de eerste plaats aangenomen als ’onderhoudspersoneel’ voor de natuurgebieden.

Onze grazers hebben veel haar, grote hoorns, en dus vallen ze buiten het normale verwachtingspatroon en daarmee het traditionele vleescircuit”, vertelt Van der Bilt. Daarom ontwikkelde hij een eigen markt. „We bieden onze achterban vleespakketten te koop aan. Jaarlijks eten onze donateurs 100 runderen op.”

Natuurdoelen staan voorop

Het Drentse Landschap kijkt niet zozeer naar de voorkeur van de afnemers, als naar de natuurdoelen. „Eigenlijk houden wij dieren over the edge. Onze dieren hebben het moeilijk. Ze moeten zelfstandig kunnen kalveren, ze moeten goed kunnen lopen, ze moeten het redden als er weinig van het land te halen is en ze moeten er tegen kunnen om in weer en wind buiten te staan. Wij zijn redelijk hardvochtig voor ze.”

Meer informatie over boeren en natuurbeheer in Drenthe www.drentsweidevlees.nl

 

Elke keuze is beperkt
Wildernisvlees, natuurvlees, weidevlees of EKO? De wereld van de carnivoor is vol begrippen die vooral bedacht lijken om hun prettige associaties. Natuurbeschermers, dierenbeschermers en natuurboeren benadrukken hoe gezond en verantwoord het allemaal is, maar ze vermijden de werkelijke keuzen duidelijk te maken. Want wie gaat voor gevarieerde natuur, weet liever niet dat de grazers kou of honger lijden en wie EKO eet, hoort liever niets over de dieselolie die vrachtwagens verstoken om de producten over de aardbol te slepen. Dierenbeschermers leggen weer andere accenten. Hun keurmerk Freedom Food zet dierenvrijheden centraal.
Het oude vertrouwde EKO-keurmerk heeft als grote pre zijn nationaal en internationaal erkende controlesysteem. Bij de talrijke nieuwe keurmerken staat de controle vaak nog in de kinderschoenen. Maar EKO gaat uitsluitend over het productieproces van het voedsel zelf. „Er wordt best aan ons getrokken om factoren als regionale herkomst, verpakking en vervoer er ook in het EKO keurmerk te brengen”, vertelt Marian Blom van Biologica. „Maar het is in de praktijk zo vreselijk ingewikkeld om daar criteria voor op te stellen. Anders hadden we dat allang gedaan.”